Library sessions: Eyemèr (za. 08/10)

Photo taken by JoostVH Photography for Sarah Devreese
Photo taken by JoostVH Photography for Sarah Devreese

Met het optreden van de Gentse singer-songwriter Eyemèr in de Afdeling Muziek en Film van Bibliotheek Zuid start het najaarsprogramma van de library sessions. Door de verhuizing naar de Krook in het voorjaar van 2017 is het de laatste reeks concerten op de huidige locatie. Het optreden is gepland van 15 tot 16 uur en de toegang is gratis.

Eyemèr is het alter ego van de Gentse singer-songwriter Sarah Devreese. Ze houdt van muziek die met weinig tierlantijntjes veel vertelt. Emotionele teksten en subtiele begeleidende melodieën vormen de kern van haar muzikaal werk. Instrumentaal beperkt tot getokkel op de gitaar en met een breekbare stem brengt ze op 8 oktober nummers uit haar eerste langspeler ‘Temporarily Colourblind’, die eenzelfde melancholische sfeer scheppen als Daughter, Waxahatchee en Angel Olsen.

Sarah begon gitaar te spelen rond haar vijftiende. Rock en punk waren toen de enige muziekgenres waar ze naar luisterde en haar droom was om zelf gitarist te worden in zo’n soort muziekgroep. Na enige tijd begon ze ook mee te zingen maar als ze gitaar speelde zag ze al snel in dat haar stem meer gemaakt was voor ‘zachtere’ muziek.

Ze speelde enkele jaren in cafés en in 2013-2014 nam ze deel aan de Humo’s Rock Rally, een toen voor haar nog totaal onbekende wedstrijd. Ze was nog heel onervaren  maar de jury liet Sarah, tegen haar verwachting in,  door tot in de finale. Dat parcours heeft haar enorm veel bijgeleerd! Het nummer ‘Can’t you see’ bezorgde haar een selectie in De Nieuwe Lichting van Studio Brussel.

Een belangrijke stap in haar muzikale carrière was het tekenen bij Zealrecords. Daardoor heeft ze een veilige plek in de muziekwereld en dat is niet zo vanzelfsprekend.
In de toekomst wil Eyemèr graag optreden in mooie zalen als support van artiesten waar ze zelf naar opkijkt. Ze heeft al een paar nieuwe nummers geschreven maar een tweede album zal nog een tijdje op zich laten wachten.

Sarah is een fan van kinderlijke tekeningen en maakt zelf ook soms van die krabbelprentjes, vol met imperfecte lijnen of onjuiste verhoudingen.
Anastasia Tasou is een tekenaar waar ze enorm naar opkijkt. Sarah vertelt: “Haar kunst is zo eenvoudig, maar toch uniek. Je weet direct dat het van haar is.
Iets wat ze laatst postte op haar instagram, sprak me aan:
‘How to be good at drawing’:
Step 1: get a pen/ pencil and paper
Step 2: draw
Step 3: now you are good at drawing.
Het klinkt misschien simplistisch, maar voor mij draait het om ‘maken wat je wil maken’. Er zijn geen echte regels voor het maken van goede kunst. En dat geldt voor om het eender welke kunst: muziek, poëzie, schilderijen,..!”

20160525_do_eyemer-artwork-zealcdee052

Favorieten

Bekijk op het Alles Uit De Kast platform haar favorieten uit de bibliotheekcollectie.

Muziek

De muzikale voorbeelden van Eyemèr komen uit allerlei uiteenlopende genres. Wat ze meestal gemeenschappelijk hebben is ‘een donker randje’. Het is muziek met een boodschap. Muziek die haar iets doet: of het nu eenvoudig of heel complex klinkt, het zijn nummers die altijd haar hart veroveren. Het mag natuurlijk ook al eens iets vrolijk zijn, maar meestal is Sarah aangetrokken tot weemoed.

Een reeks namen uit haar uitgebreide cd-collectie:

Pearl Jam en Eddie Vedder, the Cure, the Smiths en Morrissey, Nirvana, Joy Division, Radiohead, Pixies, Black Sabbath, Fleetwood Mac, the Libertines,  David Bowie, The War on Drugs, Daughter, Illuminine, the National, Alt-j, Mogwai, Agnes Obel, Bon Iver, Brand New, the XX, Isbells, Bombay Bicycle Club, Julien Baker, Girlpool, Waxahatchee, Soko, La Dispute, Flatsound, Hammock, the Vaccines, Jack White en the White Stripes, Rage against the Machine, Zornik, Paramore, 30 Seconds to Mars, Linkin Park, Placebo, Young Guns, You me at six, a Day to remember, Architects, Neck Deep,…

Boeken

Anne Frank – Het achterhuis
Linda Olsson – Herinnering aan de liefde
Brené Brown – De kracht van kwetsbaarheid
Manu Keirse – Zie de mens
Naema Tahir – Gesluierde vrijheid
Marie Bamutese – Overleven met de dood
Edward Gorey – Doubtful Guest
Tolstoj – Anna Karenina
Riadh Bahri – Depressief? Loser!
Ransom Riggs – Miss peregrine’s home for peculiar children (en de volgende boeken)

Films

The perks of being a wallflower
Tomboy
Boys don’t cry
The girl, who leapt through time
The curious case of Benjamin Button
Into the wild
Control (over het leven van Ian Curtis/joy division)
The boy in the striped pyjamas
Almost famous
The theory of everything

Volg Eyemèr op facebook en bezoek de website.

Philippe Paelinck

Library sessions: Eyemèr (za. 08/10)

Belezen Wetenschappers In Vooruit – aflevering 9

index (2)

Op dinsdag 21 juni 2016 interviewde Pat Donnez UGent-wetenschappers Sabine Van daele (UZGent, kinderlongarts), Martine Lejeune (Vakgroep vertalen, tolken, communicatie; filosofe) en Myriam Van Winckel (UZGent, kinderarts maag-, darm- en leverziekten) over hun favoriete literaire werken.

Sabine Van daele kiest voor de succesvolle klassieker Oorlog en terpentijn (2013) van de Vlaamse schrijver Stefan Hertmans omdat er voor haar als “rasechte Gentse” talrijke herkenningspunten in de roman zijn van het Gent van 100 jaar geleden. Bovendien is ze enthousiast over de prachtige taal (“een schat aan oude woorden”) en de zintuiglijke verwoording in een mix van geuren en kleuren (“synesthesie”). Het portret van Hertmans’ grootvader als een van de vele illustraties in het boek herinnert haar ook aan een persoonlijk familieverhaal van haar man.

Vervolgens licht Van daele haar tweede roman toe, Een geweer, een koe, een boom en een vrouw (2014) van de Israëlische schrijver Meir Shalev, die zich afspeelt in een Israëlische landbouwkolonie. Hoewel het boek een verhaal is van de wraak en wreedheid van de natuur en het lot van de mens, is het toch voor haar een warm en genuanceerd familieboek met een heel mooie beeldspraak (symboliek).

Martine Lejeune houdt een vurig pleidooi voor de experimentele roman Wittgenstein’s mistress (1988) van de Amerikaanse schrijver David Markson. Het hoofdpersonage, een schilderes, schrijft in een “verscheurende eenzaamheid” (nvdr: als de laatste mens op aarde) haar memoires niet in de vorm van een verhaal maar in de vorm van een lang gedicht (“losse zinnen”) die heel sterk doen denken aan de Amerikaanse modernistische dichter Ezra Pound en zijn Imagism (nvdr: bv. gebruik van precieze, objectieve beelden in de poëzie).

Ook haar volgende keuze is een bijzonder werk: de novelle Der Spaziergang (1917) van de Zwitserse schrijver Robert Walser. Lejeune noemt het een “lang gedicht”, “het stilste gedicht in het Duits” dat zowel hilarische passages als morele kwesties bevat. In 2015 verscheen voor het eerst de (nvdr: overigens niet altijd foutloze) vertaling in het Nederlands onder de titel De wandeling met een prachtig nawoord-essay van de Duitse schrijver W.G. Sebald waarin hij Walsers stijl karakteriseert als “de unieke doldgedraaidheid van zijn formuleringskunst”.

Myriam Van Winckel verrast met een eerste fictieboek voor de jeugd (vanaf 10 jaar) Brieven aan niemand anders (1996) van de Nederlandse schrijver (ook arts) Toon Tellegen. Het boek bevat absurde dierenverhalen vol poëzie (nvdr: Tellegen schreef ook gedichten voor volwassenen). Van Winckel leest een fragment voor over de fijnzinnige communicatie tussen de eekhoorn en de olifant.

Ten slotte kiest Van Winckel voor de roman Le rapport de Brodeck (2007; vertaald in het Nederlands: Het verslag van Brodeck (2008)) van de Franse schrijver Philippe Claudel: het relaas door Brodeck over een vreemdeling, De Anderer, in een dorp na de tweede wereldoorlog. Naast de uiteindelijke moord (“l’Ereigniës” genoemd in het verhaal; nvdr: Das Ereignis betekent in het Duits de gebeurtenis) op De Anderer wijst Van Winckel op de veelgelaagdheid van de roman: het ondergaan van de vernederingen, het vijanddenken, het motief en de lafheid van de moord en het leren nuanceren door het lezen van Le rapport de Brodeck.

Joël Neyt, bibliotheekmedewerker voor de Literatuurafdeling, Stedelijke Openbare Bibliotheek Gent

Belezen Wetenschappers In Vooruit – aflevering 9

Belezen Wetenschappers In Vooruit – aflevering 8

index (1)

Op woensdag 25 mei 2016 interviewde Pat Donnez UGent-wetenschappers Tessa Kerre (Inwendige Ziekten, Hematoloog), Catharina Dehullu (Internationaal Recht, Europees Recht) en Steven Vanden Broecke (Geschiedenis) over hun favoriete literaire werken.

Tessa Kerre is in de korte roman Het zwart en het zilver (2014) van de Italiaanse schrijver Paolo Giordano (bekend van De eenzaamheid van de priemgetallen) vooral geboeid door het inspirerende personage van de huishoudster Signora A. die in het leven komt van Nora, die zij verzorgt met “een religieuze drang” tijdens een moeilijke zwangerschap, en haar in de roman niet bij naam genoemde man, die het verhaal vertelt. Ten slotte krijgt Signora A. (koosnaam: Babette) kanker maar blijft verbonden met de man en de vrouw.

De tweede roman van Kerre, Honderd jaar eenzaamheid (1967) van de Colombiaanse schrijver Gabriel Garcia Marquez, is het “beslissend boek” dat zij las in juli 1989 toen zij 16 jaar was. Kerre, enig kind in een gezin, droomde van grote families, en vond in de roman de oerfamilie, met onder meer de zeer sterke figuur van Ursula (120 jaar), in het fictieve Macondo. Zij herlas het boek nu en vond het een “duister en triestig verhaal”. Een ander aspect van de magisch-realistische – voor Garcia Marquez de Latijns-Amerikaanse realiteit – roman, de zoektocht naar nieuwe dingen (verband met de wetenschap) wordt prachtig geïllustreerd door de ondertussen beroemde eerste zin, waarbij kennis wordt gemaakt met het ijs.

Catharina Dehullu heeft voor de roman Dora Bruder (1997) van de Franse schrijver Patrick Modiano (Nobelprijs voor Literatuur 2014) gekozen vanwege het onderwerp: de zoektocht naar een verdwenen Joods meisje in Parijs in 1941. Modiano geeft volgens Dehullu “een gezicht aan mensen die tussen de plooien van de geschiedenis vallen”.

Dehullu kiest daarna voor de recente roman Jij zegt het (2015; Libris Literatuurprijs 2016) van de Nederlandse schrijfster Connie Palmen: het verhaal van de noodlottige relatie van de Amerikaanse dichteres Sylvia Plath – zij pleegt uiteindelijk zelfmoord – en haar man, de Engelse dichter Ted Hughes. Haar interesse voor de roman was ingegeven door haar lectuur van Plaths autobiografische roman The bell jar (1963; De glazen stolp). Jij zegt het is evenwel geschreven vanuit het perspectief van Ted Hughes en geïnspireerd door zijn autobiografische dichtbundel The birthday letters (1998; Verjaardagsbrieven) in een volgens Dehullu bij het verhaal passende geaffecteerde stijl en als “in een gulp geschreven zonder punten met komma’s”.

Steven Vanden Broecke kiest voor een Joods-Amerikaanse auteur Henry Roth – “iemand die veel te weinig gelezen wordt” – met zijn autobiografische roman Call it sleep (1934), vanuit het vertelperspectief van een opgroeiende jongen die een van de vele migranten was die voet zette omstreeks 1907 op Ellis Island (New York). Boeiend vindt Vanden Broecke de verhaallijn die illustreert “hoe problematisch taal is door de ogen van een vijfjarige migrant”. Ook geweld (vooral door de vaderfiguur) en seksualiteit zijn essentieel in de roman die gekenmerkt wordt door een modernistische verteltrant.

Daarna kiest Vanden Broecke voor het gedicht Journey of the Magi (1927; zie The complete poems and plays of T.S. Eliot) van de Amerikaans-Britse dichter T.(homas) S.(tearns) Eliot (Nobelprijs voor Literatuur 1948). Het gedicht verwoordt de tocht van de drie wijzen of koningen uit het oosten (oorspronkelijke tekst in het Evangelie van Matteüs) vanuit het perspectief van de wijzen die met “een gevoel van verwarring op de grens staan van leven (geboorte) en dood”. Eliot had zich bekeerd tot het anglicanisme maar in het gedicht durft hij “hij de waanzin van het geloof in de ogen kijken”, wat Vanden Broecke illustreert door het lezen van een fragment met de dichtregel “That this was all folly” en de allerlaatste zin “I should be glad of another death” en verwijst naar de zangerigheid van Eliots stem bij het voorlezen van het gedicht (te beluisteren op YouTube (klik hier).

Joël Neyt, bibliotheekmedewerker voor de Literatuurafdeling in de Stedelijke Openbare Bibliotheek Gent

Belezen Wetenschappers In Vooruit – aflevering 8

Belezen Wetenschappers In Vooruit – aflevering 7

index

Op woensdag 27 april 2016 interviewde Pat Donnez UGent-wetenschappers Frederik Anseel  (Organisatiepsychologie), Kristiaan Versluys (Directeur Onderwijsaangelegenheden, specialisatie Amerikaanse literatuur) en Nadia Sels (Klassieke mythologie, Oudgriekse letterkunde) over hun favoriete literaire werken.

Frederik Anseel kiest eerst voor The sense of an ending (2011; Alsof het voorbij is) van de Engelse schrijver Julian Barnes. Pat Donnez spreekt van een “dubbelslag” omdat het boek reeds eerder door een wetenschapper gekozen is (nvdr: zie aflevering 2).  Anseel was tijdens het lezen geboeid  door het thema (“roman over herinneringen” met het geheugen als “opnameapparaat of verhalenverteller”), de toon (heel strikt, geen emoties, platonische liefde), het beschrijven van parallelle universa (verbonden met zijn interessegebied psychologie) en de stijl (“de meester toont zich in zijn beperking”).

Anseels tweede romankeuze On Chesil Beach (2007; Aan Chesil Beach) van Ian McEwan creëert een ander spanningsveld door het thema: twee jonge mensen Edward en Florence op de drempel van hun huwelijksnacht (nvdr: de roman is gesitueerd begin jaren 60 van de twintigste eeuw in een Britse “standenmaatschappij”). Opnieuw was Anseel getriggerd door parallelle levens in het verhaal: o.m. “het onderdrukte bij de man” en de vrouw als “een vat vol frustraties”.

Voor Kristiaan Versluys is de roman Extremely loud & incredibly close (2005; Extreem luid & ongelooflijk dichtbij ) van de Joods-Amerikaanse schrijver Jonathan Safran Foer hét boek van de literaire reactie op 9/11, waarin Oskar, een negenjarige jongen, het trauma van zijn verloren vader probeert te overwinnen door middel van een queeste (“op zoek naar een slot met een sleutel”) die verbanden herstelt. De magisch-realistische roman bevat ook een staalkaart van reacties van mensen op een trauma en wisselt van plaats (New York, Dresden, Hiroshima) en vertelperspectief (nvdr: beeld van een “teakettle”, zie begin van de roman).

Daarna prijst Versluys de roman American pastoral (1997; Pulitzerprijs 1997; Amerikaanse pastorale) aan van de Amerikaanse schrijver Philip Roth (gestopt als schrijver op de leeftijd van circa 80 jaar): een meesterwerk volgens hem waarin de zogenaamde Amerikaanse droom ontluisterd wordt. Het verhaal van het hoofdpersonage Seymour “Swede” Levov, een Amerikaanse sportheld die onder meer een politiek-terroristische daad van zijn dochter Merry moet verwerken, wordt verteld door Roths mythische alter ego Nathan Zuckerman.  Versluys spreekt vurig over de stijl (“complexe zinnen”, “iedere zin is een pareltje”), de inhoud (“onvatbare, complexe van het leven” met veel onbeantwoorde vragen), de retoriek (“verbale razernij”) en de “flair en naturel” van de roman.

Nadia Sels is vol lof over het gedicht War Music : an account of Homer’s Iliad (1981) van de Engelse dichter Christopher Logue (1926-2011; nvdr: het gedicht is een deel van Logue’s Homeros’ Iliasproject gestart in 1959; voor Cold Calls : War Music continued uit 2005 kreeg hij de prestigieuze Whitbread Poetry Award; de complete War Music is uitgegeven in 2015). De Iliasversie van Logue fascineert Sels om verschillende redenen: de muzikaliteit (het “staccato”ritme), gemengde gevoelens (“verwarring van de oorlog”, “medelijden”, “kwetsbare”), de moderne vormgeving (soms beeld van een “pornografische film”). Zij leest een kort fragment waarin een van de helden Patroclos, Achilles’ vriend, in beeld komt (nvdr: Patroclos wordt later gedood door Hektor).

Sels heeft ook een boontje voor de novelle Titaantjes (1915) van de Nederlandse schrijver Nescio waarin de verteller Koekebakker het relaas doet van de avonturen van vijf “aardige jongens” in “de  dagen onzer dwaasheid”. Nadia Sels koos de roman omdat “jongens allerlei dingen mogen doen” of “ze willen er graag van dromen”. Titaantjes verwoordt ook het thema van het verschil tussen kunst en leven en is volgens Sels verwant met antieke teksten die meer absurditeit ─ in tegenstelling tot de actuele cultuur die meer naar normaliseren neigt ─ en pathos toelaten.

Joël Neyt, bibliotheekmedewerker voor
Literatuurafdeling, Stedelijke Openbare Bibliotheek Gent

Belezen Wetenschappers In Vooruit – aflevering 7

The love of Richard Nixon ? Een song, een biografie en 4 Nixon-films. (Deel 2)

frostnixonRichard Nixon was een donkere, onevenwichtige en tragische figuur die het niet zo nauw met de wet nam: geknipt materiaal voor Hollywood dus. Ik keek zeer geboeid naar vier uitstekende fictie-films, waarin hij een cruciale rol speelt.

De oudste en bekendste film is All the president’s men van Alan Pakula (1928-1998), een politieke thriller over het Watergateschandaal uit 1976, bekroond met 4 Oscars. De film was gebaseerd op het in de vorige bijdrage al vermelde, gelijknamige boek uit 1974 van de Washington Postjournalisten Carl Bernstein en Bob Woodward, die het Watergate-schandaal in een reportagereeks hadden blootgelegd en zo uiteindelijk Nixons val zouden veroorzaken. In deze film, waarin u de Watergate-affaire bekijkt door de ogen van de 2 onderzoeksjournalisten, is Nixon als personage geheel afwezig, maar hierdoor juist alomtegenwoordig: u ziet hem niet maar zijn schaduw hangt dreigend over deze film. Stapje voor stapje leggen Carl Bernstein (Dustin Hoffman) en Bob Woodward (Robert Redford) de banden van de Watergate-inbrekers met ‘alle mannen van de president’ bloot en komen ze steeds dichter bij Nixons vertrouwelijkste medewerkers. De opnames met ‘Deep Throat’ (Hal Holbrook), hun hoge bron die hen met vage richtlijnen (‘follow the money’) hielp in hun speurtocht, maken de latente dreiging in deze paranoiathriller extra beklemmend. Pas in 2005 bracht de voormalige onderdirecteur van de CIA , Mark Felt, zelf aan het licht dat hij de echte ‘Deep Throat’ was.
In de film komt een van de bekendste filmshots voor die ooit in een bibliotheek zijn opgenomen: de camera die in de enorme leeszaal van de Library of Congress de twee over documenten gebogen onderzoeksjournalisten in bovenaanzicht filmt,  uitzoomt en langzaam naar de hoge koepel van de bibliotheek beweegt,  zodat Bernstein en Woodward geleidelijk steeds onbeduidender worden en uiteindelijk uit beeld verdwijnen. Het vogelperspectief symboliseert zo de nietigheid van de 2 piepjonge  journalisten die naar de speld in de hooiberg zoeken, schijnbaar machteloos  t.o.v. ‘the Powers that be’. Het tweede schijfje in de dvd-box bevat heel wat extra informatie over het maken van de film, interviews met de betrokkenen en een paar pessimistische beschouwingen: de kritische onderzoeksjournalistiek die Bernstein en Woodward verrichtten zou momenteel, ondanks overvloediger informatiebronnen, juist quasi onmogelijk geworden zijn door de snelle resultaten die media vandaag van journalisten verlangen.

nixonIn Nixon (1995), een biopic van Oliver Stone zet de regisseur in zijn theatrale en barokke stijl een indringend psychologisch portret neer van Nixon (gespeeld door Anthony Hopkins die hiervoor een Oscarnominatie kreeg) met verrassend meer mededogen voor de president dan we vooraf zouden verwacht hebben, de reputatie van Oliver Stone indachtig. Desondanks waren de erfgenamen van Nixon en de historicus en Nixonbiograaf als Stephen Ambrose (bekend van de door Spielberg verfilmde Band of Brothers-boeken) niet te spreken over de film, en zeker niet over het feit dat Nixon als een alcoholicus werd neergezet. Tegen beter weten in want Oliver Stone had het in dit geval wel bij het rechte eind: Nixon had wel degelijk een drankprobleem, zoals u ook in Eén man tegen de wereld van Tim Weiner kan lezen. Oliver Stone suggereert in zijn film met flashbacks dat Nixons moeilijke, armoedige jeugd, getraumatiseerd door een paar op jonge leeftijd gestorven broers en een moeilijke relatie met zijn autoritaire ouders,  veel van zijn latere karaktertrekken en diepe frustraties verklaart. En ook een portie complotdenken is bij Stone nooit ver weg: de moord op John F. Kennedy komt even ter sprake, vage banden met de maffia worden gesuggereerd … The Beast, een onzichtbare duistere kracht, gestoeld op de macht van grote bedrijven, kapitaal, de overheid en de media, bepaalt de geschiedenis van de VS na WO II – en zo ook de opgang en val van Nixon. Dat was het concept waar Stone bij het maken van deze film vanuit ging. Het beeld van het Systeem als een Wild beest komt zelfs expliciet ter sprake in een sleutelscène van de film, als Nixon een onverwacht bezoek brengt aan de tegen zijn beleid protesterende studenten en een gesprek met hen aanknoopt. Nogmaals blijkt hier dat Stone Nixon meer als een slachtoffer van een Systeem ziet dan als een voor zijn eigen misdaden verantwoordelijke, gevaarlijke man. Nixon is in elk geval een meeslepende, ietwat pathetische film, waarin de mens en politicus Nixon wordt voorgesteld als een tragische, wat duistere figuur die zijn ziel aan de macht verkoopt. Stones Nixon is geen verantwoordelijke crimineel, laat staan een monster of verpersoonlijking van het Kwaad.

De Nixon in een volgende film, Frost/Nixon (2006), komt ook al wat sympathieker over dan de Nixon uit boeken van kritische journalisten en historici. Regisseur Ron Howard maakte geen biopic maar beperkte zich tot de verfilming van één groot media-evenement, enkele jaren na het einde van zijn presidentschap: een reeks televisie-interviews (1977) waarin journalist David Frost met Nixon terugkeek op zijn carrière. De film is op zijn beurt een adaptatie van een toneelstuk van Peter Morgan dat in het Londense West End Theatre speelde. De rol van acteur Frank Langella, die zowel op het toneelpodium als in de film Richard Nixon speelde, overtreft de prestatie van Anthony Hopkins in de biopic van Stone: hij kreeg er trouwens eveneens een Oscarnominatie voor. Nixon wordt door Langella neergezet als een gewiekste, intimiderende man met een gezonde dosis cynische humor en zelfspot, die tot het uiterste gaat om zijn door Watergate vernietigde reputatie te herstellen. Zijn tegenspeler Michael Sheen zet journalist David Frost neer als een flamboyante playboy, gespecialiseerd in vlotte praatjes in luchtige en komische programma’s.  Frost wil door middel van een wereldwijd bekeken, hard interview met Nixon als journalist eindelijk eens ernstig genomen worden. De lat voor beiden ligt hoog maar hun belangen zijn compleet tegengesteld: Nixon wil een publieke rehabilitatie en hoopt daarvoor het journalistieke lichtgewicht Frost te kunnen gebruiken, Frost echter gaat voor niet minder dan een schuldbekentenis van Nixon. De voorbereiding van Frost loopt door eigen schuld in het honderd en in het eerste interview veegt Nixon met Frost de vloer aan. Maar Frost begraaft zich nadien in de Watergatedocumenten en langzaam keert het tij …
Frost/Nixon is ongetwijfeld de enige van de vier hier besproken films die een komische toets heeft, maar is ook vooral een historisch drama met thrillerallures, dankzij het knappe scenario waarin het verbaal-emotionele steekspel tussen Nixon en Frost handig tot een climax gedreven wordt …  Een geslaagde combinatie van humor, drama en spanning, die in totaal 5 Oscar-, 6 BAFTA- en 5 Golden Globenominaties kreeg maar geen ervan uiteindelijk kon verzilveren.
Eén kanttekening toch: in tegenstelling tot Oliver Stone, die zijn eigen, duidelijk gefictionaliseerde biopic slechts een ‘poging’ noemde ‘om de waarheid over Nixon te begrijpen’ stelde Peter Morgan het voor alsof hij met Frost/Nixon een zeer ‘waarheidsgetrouwe’  film gemaakt had. Maar het valt gewoon niet te ontkennen dat er in deze prent heel wat werd bijgekleurd en toegevoegd: Nixon heeft Frost nooit ’s nachts dronken opgebeld en als u het reële televisie-interview bekijkt dan wordt het duidelijk dat de film de lijn van het interview wel volgt, maar dat de dialogen allemaal spitser en snediger zijn gemaakt en gemonteerd. Frost was helemaal geen journalistieke minkukel, Nixon leefde na Watergate helemaal niet als een halve kluizenaar en koesterde nooit het wel zeer naïeve idee dat één interview zijn imago kon herstellen. Enzovoort.  Maar dat doet uiteraard niets af aan de kwaliteit van deze meeslepende film.

assassinationofrichardnixonIn The Assassination of Richard Nixon van Niels Mueller  bekijken we Nixon door de ogen van het labiele hoofdpersonage Samuel Byke (knappe rol van Sean Penn), een mislukte en gefrustreerde kantoormeubelenverkoper. Zoals in ‘All the president’s man’ is er in dit psychologisch drama van Niels Mueller immers geen acteur die de rol van de president op zich neemt, maar hier verschijnt Nixon wel degelijk in historische opnames, uitgezonden op televisietoestellen, waar Samuel Byke in de loop van de film met steeds meer afschuw naar kijkt. Een cruciale scène in de film is diegene waarin Bykes bedrieglijke en autoritaire baas naar de Nixon-op-televisie wijst en de timide, stuntelige verkoper Byke inpepert dat Nixon de allerbeste verkoper van  de VS is omdat hij zich twee keer tot president kon laten verkiezen,  met identiek dezelfde belofte: nl. dat hij de oorlog in Vietnam ging stoppen – terwijl hij de eerste keer zijn belofte gebroken had en de oorlog juist had geïntensiveerd.
Hoe meer klappen de eerlijke Byke in zijn persoonlijk, relationeel en professioneel leven krijgt, hoe meer hij de pedalen verliest, hoe meer hij bedrieger Nixon als het ultieme Symbool van het verrotte Systeem en het absolute Kwaad in persoon gaat beschouwen.  Wat hem uiteindelijk tot een wanhoopsdaad drijft … Er zijn duidelijke parallellen tussen Byke en het hoofdpersonage Travis Bickle (Robert De Niro) uit de klassieker Taxi Driver van Martin Scorsese, die na een gelijkaardig psychologisch proces eveneens door het lint gaat en het recht in eigen hand neemt. Maar in tegenstelling tot Travis Bickle is Samuel Byke verre van een puur fictieve figuur. Sean Penns personage is gebaseerd op het leven van de met psychische problemen worstelende Samuel Byck die, nadat hij als blanke tevergeefs bij de revolutionaire Black Panther-beweging had willen aansluiten, in 1974 een vliegtuig kaapte met de bedoeling om het op het Witte Huis te laten neerstorten en zo Nixon te vermoorden. (Of dacht u echt dat Al Qaeda de eerste was die op het idee kwam om een vliegtuig als een terroristisch wapen te gebruiken ?)

4 films, 4 verschillende Nixons. De  dreigende schaduw van een onzichtbare,  maar zijn macht misbruikende  Nixon hangt over Alan Pakula’s paranoïa-thriller All the President’s Men;  in Oliver Stones  biopic is Nixon een tragisch-getormenteerde, duistere figuur die zijn ziel juist aan de Macht verkoopt;  we krijgen  een revanchistische ex-president met gevoel voor humor en (zelf)spot in Ron Howards Frost / Nixon te zien, maar het hoofdpersonage van  Niels Muellers The Assassination of Nichard Nixon beschouwt hem dan weer als het symbool bij uitstek van een kwaadaardig en onrechtvaardig systeem. Oliver Stone en Peter Morgan hadden eigenlijk meer mededogen met Nixon  dan zijn laatste biografen.
Maar hoe dan ook: zelfs met een minimale interesse in deze Amerikaanse president met de allures van een Shakespeare-koning,  zult u van deze 4 dramatische en spannende films kunnen genieten.

Wouter De Raes, collectie geschiedenis

The love of Richard Nixon ? Een song, een biografie en 4 Nixon-films. (Deel 2)

The love of Richard Nixon ? Een song, een biografie en 4 Nixon-films. (Deel 1)

eenmantegendewereldIn 2004 hoorde ik op de radio een opvallende, merkwaardige song van de rockgroep The Manic Street Preachers: The love of Richard Nixon – een nummer op hun pas gelanceerde cd Lifeblood. De synthpop-song eindigde met de stem van de verguisde ex-president van de VS zelf: twee zinsneden, geplukt uit de televisietoespraak waarmee hij zijn ontslag als president nam.

‘ In all the decisions I have made in my public life
I have always tried to do what was best for the nation (…)
I have never been a quitter.’

Een song over Richard Nixon (1913 -1994), 10 jaar na zijn dood ? Mijn belangstelling was meteen gewekt. Eerst dacht ik dat het een satire was, daarin gesterkt door het schertsende bijhorende videoclipje, met de intro ‘What if the Watergate scandal never happened’. Maar als je de tekst van het lied eens herleest zie je dat de ironie vrij oppervlakkig is.  De song is uiteraard geen hommage maar de nogal melancholische, nostalgische tekst lijkt wel op een verdedigingsrede van een zich verongelijkt voelende, mokkende Nixon, alsof  er terugblikkend toch iets goed te praten valt en het beeld van de publieke opinie over Nixon als een soort ‘Richard III in the White house’ onterecht was:

‘People forget China and your war on cancer
Yeah they all betrayed you
Yeah and your country too.’

Toch een wat verrassende  tekst van een alternatieve rockgroep, bekend om hun links-geëngageerde nummers.
Voor ik hier  verder op in ga eerst een zeer korte biografische schets van de meest omstreden Amerikaanse president van de 20ste eeuw. Richard Nixon groeide op als zoon van een arme Californische citroenboer en kruidenier, maar kon zich na de Tweede Wereldoorlog opwerken tot Republikeinse senator. Nadien werd hij vice-president onder president Dwight Eisenhower (1952 -1960). In 1960 verloor hij de strijd om het presidentschap van John F. Kennedy, na een legendarisch televisiedebat waarin de fotogenieke Kennedy beter bij de kijkers scoorde, ondanks het feit dat diegenen die het debat via de radio beluisterden juist Nixon als winnaar aanduidden. Na een nieuwe nederlaag in een strijd om het Californische gouverneurschap trok hij zich enkele jaren uit de politiek terug maar later maakte hij een succesvolle come-back en won hij in 1968 de presidentsverkiezingen. Zijn presidentschap in volle Vietnamoorlog verliep vrij turbulent met vele en gewelddadige protestmanifestaties tegen zijn beleid, maar toch werd hij met een overweldigende meerderheid in 1972 herkozen. Hij trad in 1974 echter af vanwege het Watergate-schandaal. Deze kwestie  had hem steeds verder in het nauw gedreven, zodat het Congres de procedure om hem af te zetten (impeachment) wou opstarten. Het was immers duidelijk geworden dat Nixon tijdens de presidentsverkiezingen ongeoorloofde methodes van zijn campagneteam had proberen te verdoezelen, onder meer een inbraak om afluisterapparatuur te plaatsen in het hoofdkwartier van de Democraten, het Watergatecomplex. Nixon kreeg gratie van zijn opvolger Gerald Ford en moest nooit voor de rechter verschijnen. Hij verdween van het politiek toneel, maar trachtte in zijn latere levensjaren toch een zeker respect te herwinnen door zijn verwezenlijkingen te beklemtonen, en tot op zekere hoogte slaagde hij er zelfs na verloop van tijd in om het algemene beeld over hem wat – naar keuze – te manipuleren/corrigeren/nuanceren. Zodat bij zijn dood in 1994 alle nog levende presidenten van de VS bij zijn begrafenis aanwezig waren en de commentaren en beschouwingen in de media een heel stuk minder negatief klonken dan de eerste jaren na de Watergate-affaire.

love of richard nixonVandaar dat het dan uiteindelijk toch niet zo eigenaardig was dat tien jaar later The Manic Street Preachers in ‘The love of Richard Nixon’ ook een paar van zijn verdiensten opsomden. De wat melancholisch klinkende song is verre van een afrekening met Nixon. Maar het moment waarop ze de cd met deze song lanceerden, 14 dagen voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2004, was absoluut niet toevallig: dit werd als een statement beschouwd tegen George W. Bush. Bush dong toen naar een tweede ambstermijn, terwijl hij omwille van zijn Irakoorlog door links-liberale kiezers al even gehaat werd als Richard Nixon ten tijde van de Vietnamoorlog.

Was Nixon dan toch niet zo’n slechte president en was hij ‘beter’ dan George W. Bush? Historicus en VS-specialist Maarten van Rossem schreef twee jaar later in 2006 een artikel  in het Historisch Nieuwsblad waarin hij zich afvroeg wie de ‘slechtste president’ van de VS sinds 1900 was: Harding, George W. Bush of Nixon ? Hij speelde uiteindelijk ondubbelzinnig  Nixon de zwarte piet toe, omdat hij een gevaarlijk én intelligent man was, die met al zijn onwettige handelingen en beslissingen de Amerikaanse politieke constitutionele verhoudingen veel schade heeft toegebracht.En Van Rossem is zeker niet de enige historicus die er zo over denkt. Want hoe meer  archiefstukken en geheime documenten  uit de Nixon-jaren openbaar gemaakt worden hoe meer het beeld opnieuw in Nixons nadeel kantelt. Zodat de laatste jaren enkele biografieën en andere boeken met nieuw historisch materiaal verschenen die het beeld van de paranoïde, wat duistere loner in het Witte Huis, in een omgeving van leugens, machtsmanipulaties en intriges waarin niemand niemand meer vertrouwde, hebben herbevestigd.

Eén ervan is eind 2015 in het Nederlands vertaald: Eén man tegen de wereld: de tragiek van Richard Nixon van de New York Times-journalist Tim Weiner, een voormalig Pulitzerprijswinnaar in de journalistiek. Weiner is een specialist in de Amerikaanse binnenlandse en buitenlandse inlichtingendiensten en schreef daarover al twee bestsellers: Vijanden van de staat: de geschiedenis van de FBI en Een spoor van vernieling: de geschiedenis van de CIA, waarvoor hij de National Book Award for Non-fiction kreeg in 2008. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij in zijn boek veel aandacht besteedt aan Nixons relatie met de inlichtingendiensten, net zoals aan zijn bedrog, manipulaties en intriges, zijn (illegale) beleidsbeslissingen met het oog op zijn herverkiezing, zijn buitenlandse politiek en de binnenlandse en buitenlandse reacties erop. Hij heeft minder oog voor zijn binnenlandse politiek an sich: Nixon focuste zich volgens de auteur trouwens zelf ook vooral op de buitenlandse politiek en de Vietnamoorlog in het bijzonder…  Weiner concentreert zich in hoofdzaak op Nixons ambtstermijn als president: zijn jeugdjaren en zijn vice-presidentschap onder Eisenhower worden in enkele pagina’s afgehandeld.

Hij schreef een gedetailleerd, maar vlot lezend verslag van die turbulente periode, geen compleet uitgewerkte biografie: Nixons presidentiële jaren worden haast chronologisch beschreven. Ondanks deze traditionele benadering heeft dit boek zeer veel verdiensten. De onderzoeksjournalist begroef zich ter voorbereiding enkele jaren in archieven: zijn publicatie is voor een groot deel gebaseerd op documenten waarvan de geheimhouding tussen 2007 en 2014 opgeheven is en beschrijft dus een heleboel feiten die pas de laatste jaren aan het licht gekomen zijn.

Om maar één voorbeeld te geven: op een cruciaal moment tijdens de Jom Kipoeroorlog tussen Israël en een aantal Arabische landen (1973), toen sensoren  van de inlichtingendiensten in de Zwarte Zee vaststelden dat Rusland nucleaire wapens naar Egypte aan het verschepen was, bevond de steeds dieper in het Watergate-schandaal wegzinkende Nixon zich in stomdronken toestand. Dit bleek uit de in 2007 vrijgegeven notulen van admiraal Moorer. Volgens Weiner helderden die notulen ‘één van de meest mysterieuze gebeurtenissen van de moderne Amerikaanse geschiedenis’ op: ze beschreven een nachtelijke spoedvergadering waarin admiraal Moorer, minister van Buitenlandse zaken Kissinger en andere hoge medewerkers van de president zelf het heft in handen namen en snel beslisten hoe ze op die Russische actie zouden reageren. Nixon was er gewoon niet bij, hoewel Kissinger na het uitlekken van het nucleaire alarm tegen de pers gelogen had dat Nixon de zaak in handen had genomen… Overigens zijn Nixons drankgebruik en slaapgebrek constantes die doorheen het boek terugkomen.
Weiners oordeel over Nixon is genadeloos. Hoewel hij vond dat Nixon ‘een onmiskenbare grootheid’ en ‘een onovertroffen talent voor de kunst van de politiek’ bezat noemt hij Nixon ‘een groot, slecht man’,  ‘zeer gevaarlijk’ en  ‘een Shakespeariaanse koning’. Met die laatste vergelijking kwam hij natuurlijk niet als eerste, zoals het ironische ‘Richard the Third in the White house’  in de song van The Manic Street Preachers ook al aantoont… Even terzijde: Nixons ouders gaven hun zonen ook bewust de voornamen van Engelse koningen, maar bij de toekomstige president hadden ze wel Richard Lionheart in gedachten.
Volgende passage uit Weiners boek is opnieuw onverbiddelijk: ‘Richard Nixon kende geen moment vrede. Een duistere geest bezielde hem – kwaadaardig en gewelddadig, gedreven door woede en een onstilbaar verlangen naar wraak. Op z’n slechtst stond hij aan de grens van de waanzin. Hij dacht dat de wereld tegen hem was. Hij zag overal vijanden. Zijn grootheid werd een arrogante grandeur. Uit ervaring was hij bijzonder achterdochtig, van nature was hij een ongeneeslijke bedrieger. Door een politieke opponent kreeg hij al vroeg een onuitwisbare bijnaam opgeplakt: Tricky Dick.’
Hij was niet vies van psychologische oorlogsvoering en intimidatie, ook in zijn relaties met de Sovjet-Unie, vaak in samenspraak met Kissinger. Die laatste gaf bij de aanvang van Nixons presidentschap aan een vertrouweling van Nixon, Garment, de opdracht om in het gezelschap van veronderstelde KGB-agenten, Nixon als een ‘dolle bezetene’ voor te stellen, om de Sovjets angst in te boezemen. Garment voerde de opdracht uit en vertelde dat Nixon  ‘een dramatisch ontwrichte persoonlijkheid was, in staat tot barbaarse wreedheden, voorspelbaar onvoorspelbaar’. 30 jaar later schreef hij dat alles wat hij toen over Richard Nixon zei later vreemd genoeg ‘min of meer waar bleek te zijn’.
Weiner laat met behulp van dergelijke citaten geen kans voorbijgaan om een vernietigend beeld van Nixon te schetsen. Hij noemt hem een teruggetrokken, sinister man die niet hoog opliep met de mensen die hij moest besturen: ‘Het Amerikaanse volk is een stelletje sukkels. Het grijze middelmatige Amerika, het zijn sukkels’ citeert hij hem. Nixon beschouwde zichzelf ook niet als iemand van ‘het establishment’, want in zijn gedachtenwereld was ook dat tegen hem, maar hij was wel een man met een missie en doordrongen van de overtuiging dat hij de wereld kon veranderen. En hiervoor moest alles wijken. In de ogen van Nixon was iedere Amerikaanse burger en iedere gekozen functionaris die oppositie voerde tegen de oorlog in Vietnam, een vijand. En Nixons grote passie was, dixit Weiner,  de vernietiging van zijn vijanden in binnen- en buitenland. Op het einde van zijn ambtstermijn werd zijn regering er ‘een van mensen, niet meer van wetten’. ‘Als de president het doet, is het niet illegaal’ beweerde Nixon later. Eén zin die Nixon en zijn mateloze ‘arrogantie van de macht’ al bijna evenzeer verraadt als een halve biografie … Weiner schetst de context waarin Nixon dit zei niet, maar het is de beroemdste zin uit een legendarisch interview met celebrity-journalist David Frost.

the-last-of-the-presidents-menNa dit uitstekende boek van Weiner verscheen nog een nieuwe publicatie over Nixon: The Last of the President’s Men van de voormalige Washington Post-journalist Bob Woodward. Hij en zijn collega Carl Bernstein  brachten met hun onthullende reportages en speurwerk in 1972 het Watergate-schandaal aan het licht, dat uiteindelijk Nixon ten val zou brengen. Over hun ervaringen tijdens hun reportagereeks schreven ze later het boek All the President’s Men, in het Nederlands wat ongelukkig vertaald als Alleman van Nixon’s staf. Meer dan 4 decennia later is The Last of the President’s Men gebaseerd op ongepubliceerde memoires, archieven  en een  40 uur interview met de momenteel 90-jarige Nixon-medewerker Alexander Butterfield, de man die het bestaan van de White House-tapes aan het licht bracht: de geluidsopnames die de gesprekken in de het Witte Huis moesten registreren. Ironisch genoeg een idee van Richard Nixon zelf, dat uiteindelijk zijn eigen val zou veroorzaken. Het boek schetst een beeld van Nixon, maar dan voornamelijk door de ogen van Butterfield. Ik kon het zelf nog niet lezen (het is gloednieuw, u mag het zelf als eerste komen halen) maar dit is alvast de mening van een New York Timesrecensent over Woodwards nieuwe worp:

‘It erases the image of the visionary foreign policy maker that the disgraced president tried to spin in his later years. This volume, however, simply amplifies (rather than revises) the familiar, almost Miltonian portrait of the 37th president that has emerged from the White House tapes and myriad biographies, as a brooding, duplicitous despot, obsessed with enemies and score-settling and not the least bit hesitant about lying to the public and breaking the law.’

Zowel Weiner als Woodward trokken dus gelijkaardige conclusies en herbevestigden  het oudere beeld over Nixon.

Hoe werd Nixon de afgelopen decennia eigenlijk in fictiefilms voorgesteld? In een volgende bijdrage gaan we in op vier knappe fictiefilms waarin Nixon een centrale rol speelt.

Wouter De Raes, collectie geschiedenis

The love of Richard Nixon ? Een song, een biografie en 4 Nixon-films. (Deel 1)

Nieuw voetbaltijdschrift PUSKAS

Puskas 01 Cover Hires

Naar het model van het wielertijdschrift Bahamontes – genoemd naar wielerlegende Federico Bahamontes – brengt uitgeverij Cascade een gelijkaardig voetbaltijdschrift uit.

Maar Puskàs, wie was dat ook weer?  Ferenc Puskás, geboren Ferenc Purczeld, was een Hongaarse voetballer en voetbaltrainer. Deze met rugnummer 10 spelende linksbenige aanvaller was een van de meest productieve topscorers ooit. Denk aan het voetbal in de jaren ’50 en ’60, met zwarte voetbalschoenen en een bruine lederen bal.

Het nieuwe tijdschrift Puskàs vertelt straffe, maar ook vaak onbekende voetbalverhalen.  Voetbalgeschiedenis van binnen- en buitenland, geïllustreerd met werk van de beste fotografen. U kunt de afzonderlijke nummers lenen in Bibliotheek Zuid.

Puskàs verschijnt 4 maal per jaar, telkens 144 pagina’s lees-en kijkplezier.

 

Nieuw voetbaltijdschrift PUSKAS