De Reislust van PDW

cov_blijfthuis.inddIn Blijf thuis (2009) bundelde de Gentse journalist, columnist, muzikant en producent van televisieprogramma’s Patrick De Witte (1958-2013) veertien hilarische columns over het fenomeen reizen. Met – soms cynische – humor fileerde hij de besognes van de lustige reiziger. Over het kiezen van een vakantiebestemming via reisbrochures, over  vliegangst en de wondere wereld van luchthavens, over hotels en hun horreurs, over aangepast strandtenue en toeristenrestaurants, over souvenirs en vakantieseks enz.
De titels van de hoofdstukken zijn grappige citaten die het onderwerp aankondigen zoals bv. ‘Om zich voor te bereiden op een reis moet men eerst zijn kleren en zijn geld voor zich uit leggen, neem vervolgens dubbel zoveel geld en de helft van de kleren mee.’
Doorspekt met maffe raadgevingen en met zijn persoonlijke reisanekdotes vormt dit grappige bundeltje een ontspannende start van een welverdiende vakantie. Je schiet in de lach op werkelijk élke bladzijde dankzij de geniale taalgrappen en kostelijke oneliners. Als je die leest hoor je ook zijn typische bromstem. Maar vooral de scherpe observaties van de Homo Touristicus houden ons een spottende spiegel voor. Met pittige cartoons van KIM. Ook als e-book te leen, misschien voor op reis?
Nog meer columns in PDW : maximum rede & bullshit. Of zin in enkele vileine quotes ?

Koen Temmerman, bibliothecaris

De Reislust van PDW

GELEZEN: Het trieste der tropen van Claude Lévi-Strauss

Het is een misverstand dat “Het trieste der tropen: reisverslag van een antropoloog”, beter bekend onder zijn Franse titel “Tristes tropiques”, louter een verslag zou zijn van de reizen die Claude Lévi-Strauss (1908 -2009) in de jaren 30 naar indianen-dorpen in het Braziliaanse Amazone-gebied maakte. Dit beweren zou deze klassieker van de beroemdste Europese antropoloog van de 20ste eeuw enorm onrecht aandoen – het boek bestrijkt zoveel meer onderwerpen en graaft zoveel dieper dan een reisverslag.

Trouwens, de jury van de Prix Goncourt bevestigde Lévi-Strauss dat ze het in 1955 gepubliceerde boek zeker met deze prijs zouden bekroond hebben indien het een fictie-werk was geweest. Het boek had nl. veel literaire verdiensten en de auteur getuigde van stilistische talenten (de slotparagrafen zijn bijna poëzie), maar Tristes tropiques kan inderdaad geen roman genoemd worden. Hoewel het Lévi-Strauss’ oorspronkelijke bedoeling was om er een soort roman zoals Heart of Darkness van Joseph Conrad van te maken, dat zich in het Amazone-gebied zou afspelen. Maar Lévi-Strauss, een groot bewonderaar van Marcel Proust overigens, vond dat het schrijven van zo’n literair boek niet vlotte, was niet tevreden over de kwaliteit ervan en schoof uiteindelijk die plannen opzij. Hij behield de titel en een paar fragmenten maar schreef een totaal ander werk.

Geen reisverslag, geen roman, geen autobiografie, ook geen verzameling  essays  en al helemaal  geen doorwrocht antropologisch werk. Sommigen proberen dit originele boek dan maar  in twee woorden te omschrijven als een “filosofische exploratie” of een “intellectuele zwerftocht”, maar ook deze omschrijvingen schieten te kort.

Eigenlijk doorvlecht de auteur in Tristes Tropiques zijn herinneringen aan zijn reizen in het Amazone-gebied met beschouwingen over zijn motieven om als ex-student filosofie antropoloog te worden, met zijn visie op de culturele antropologie en de talrijke inherente  paradoxen die deze wetenschap kenmerken, met  filosofische reflecties en kritieken op de existentialisten en andere filosofische stromingen, met uitweidingen over religies zoals islam en boeddhisme, met reminiscenties aan zijn reizen naar Zuid-Azië en ervaringen in India en Pakistan, met literaire stukken uit zijn “mislukte roman”, zoals een 7 pagina’s lange beschrijving van een zonsondergang, met een samenvatting van een toneelstuk dat hij tijdens zijn verblijf in de Braziliaanse jungle schreef, met eigen gedichten, met mijmeringen over de klassieke muziek die tijdens het reizen door zijn hoofd speelt, enzovoort enzovoort…

En nee, hoewel je meegevoerd wordt door de herinneringenstroom van de auteur en verrast wordt doordat hij af en toe plots van onderwerp, van plaats en van tijd verandert is dit noch een onsamenhangend, noch een gekunsteld, noch een moeilijk boek. Het vestigde zijn reputatie in het midden van de twintigste eeuw want hij bereikte er een zeer groot publiek mee dat zijn latere, moeilijker boeken over antropologie nooit zou lezen. Lévi-Strauss was nl. de grondlegger van het structuralisme in de antropologie en daarmee ook één van de absolute kopstukken van de nu wat gedateerde “structuralistische school” in de filosofie en de sociale wetenschappen.

Dit veelzijdige, caleidoscopische en vlot leesbare boek begint met een requisitoir tegen het reizen en (pseudo)-ontdekkingsreizigers in het bijzonder – de  beroemde eerste zin van het boek “Ik heb een hekel aan reizen en ontdekkingsreizigers.” laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Lévi-Strauss zou na zijn Braziliaanse exploraties zelfs nauwelijks nog etnografisch onderzoek op het terrein uitvoeren ; zijn antropologisch werk bleef ondanks zijn wantrouwen t.o.v. de filosofie en de metafysica in het bijzonder altijd meer gericht op abstracties en theorievorming dan op empirisch onderzoek ter plaatse.

In Tristes tropiques kan de lezer af en toe al even proeven van een aantal van deze theorieën in embryonale vorm, die hij later zou uitwerken en proberen te bewijzen. Zijn theorieën zouden later een grote invloed hebben op andere structuralistische, maar ook op poststructuralistische en postkolonialistische filosofen en zouden de weg bereiden voor de poststructuralistische en anti-humanistische hoofdstroming in de Franse filosofie van de jaren 70 en 80. Maar om dit boek te waarderen hoef je absoluut niets over Lévi-Strauss zelf of over zijn theorieën te weten –  laat staan het daar volledig mee eens te zijn.

Even een concreet voorbeeld uit Tristes Tropiques aanhalen dat Lévi-Strauss’ denken illustreert. Lévi-Strauss zocht nl. steeds naar onbewuste, universele structuren en bipolaire tegenstellingen die zich op allerlei terreinen (zoals in verwantschapsstructuren, mythes, kunst…) in een samenleving zouden uiten en de maatschappij determineerden. Verborgen structuren beheersten volgens hem het denken en handelen van mensen in een samenleving. In het stuk over de Bororo- en de Caduveo-indianen komt dit nog het meest tot uiting: hij meende bv. dat de patronen in de lichaamsbeschilderingen van de Caduveo een onbewuste afspiegeling waren van de verwantschapsstructuren en plattegrond van de dorpen van de naburige en verwante Bororo-stam. De invloed van Sigmund Freud op Lévi-Strauss is hier duidelijk merkbaar, ondanks het feit dat hij zelf de antropologie op een meer natuurwetenschappelijke basis wou grondvesten.  De psychoanalyse, het marxisme en de geologie worden in Tristes Tropiques immers als inspiratiebronnen door Lévi-Strauss genoemd om antropoloog in plaats van docent filosofie te worden. Hij ging er van uit dat deze wel zeer uiteenlopende “wetenschappen” (marxisme en psychoanalyse werden in de jaren 50 door een groot deel van de intellectuele elite nog als wetenschappen beschouwd) een “andere, verborgen werkelijkheid” onder de zichtbare werkelijkheid blootleggen. En die richting zou later ook zijn eigen “structurele antropologie” opgaan. Ook de volgende passage in “Tristes Tropiques” geeft daar al een voorsmaakje  van:

“Wat een dorp een dorp maakt is dus niet de grond waarop het staat noch de hutten, maar een bepaalde structuur (…). Zo wordt ook begrijpelijk hoe het komt dat de missionarissen alles vernietigen als ze de traditionele ordening van het dorp verstoren.”

Dit citaat illustreert tevens hoe Lévi-Strauss in het boek regelmatig de vreselijke gevolgen van de kolonisatie op de oorspronkelijke bevolking betreurde. Hij vreesde dat er enkele tientallen jaren later nauwelijks nog indianen meer zouden overblijven – laat staan dat ze hun traditionele levenswijze zouden kunnen behouden. (Zijn vooruitzichten bleven gelukkig vooralsnog iets te pessimistisch: vanaf de jaren 70 verbeterden de levensomstandigheden van de Braziliaanse indianen en groeide hun bevolking weer snel aan.) Sommige bladzijden van het boek krijgen hierdoor een melancholisch tintje, want hoewel de auteur over het algemeen een vrij nuchtere observator is, staat die “Tristes” niet voor niets in de titel. Maar toch zijn ook licht-ironische passages het boek niet vreemd:

“De voorbereidingen voor een etnografisch expeditie naar Midden-Brazilië worden getroffen op het kruispunt van de rue Réaumur en de boulevard du Sébastopol. Daar bevinden zich alle groothandelaren in fournituren, daar zijn naar verwachting de artikelen te vinden die voldoen aan de kieskeurige smaak van de indianen.”

Lévi-Strauss schetste ondanks al zijn scherpe uithalen naar de Westerse samenleving en zijn bijna fatalistisch mededogen met hun lot hoegenaamd geen geïdealiseerd beeld van de Braziliaanse indianen. Voorstellingen van “nobele wilden” zijn het boek helemaal vreemd ondanks het feit dat hij een bewonderaar was van Jean-Jacques Rousseau: “onze leermeester, Rousseau, onze broeder, (…) aan wie elke bladzijde van dit boek opgedragen had kunnen zijn”. Maar hij had een betwistbare visie op Rousseau: hij ontkende nl. dat deze de “natuurstaat” van “de wilde” zou verheerlijken.

Of je het er nu mee eens bent of niet, het zijn juist tal van dergelijke eigenzinnige  filosofische exploraties,  intellectuele zijsprongetjes  en literaire vingeroefeningen, die het boek zoveel meer diepgang geven dan het eerste het beste reisverslag. Tristes Tropiques staat op plaats 20 in Le Mondes “100 boeken van de eeuw”. Voor Ton Lemaire, de Nederlandse culturele antropoloog en filosoof, die een nogal hagiografisch boek over Levi-Strauss schreef, waarin hij vooral minder bekende  nevenaspecten van zijn werk behandelt,  is Tristes tropiques één van de vijf werken die hij zou meenemen naar dat mythische onbewoonde eiland.  Als er in de boot naar dat eiland plaats is voor een niet al te kleine boekenkast mag het wat mij betreft ook mee.

Wouter De Raes, collectie geschiedenis

GELEZEN: Het trieste der tropen van Claude Lévi-Strauss

Naar Londen!

Straks starten de Olympische Spelen te Londen. Misschien trek je er wel naar toe om je favoriete Belgische olympiër aan te moedigen. Of gewoon om deze unieke manifestatie of randactiviteiten te kunnen meemaken want zo dikwijls krijg je niet de kans dicht bij huis.

Àls je naar Londen reist, dan zal je ongetwijfeld ook van de gelegenheid gebruik maken om in deze indrukwekkende multiculturele wereldstad rond te flaneren. Wellicht mét stadsgids. Dan is ‘In Londen’ van Lia van Bekhoven toch wel een aanrader. Een beetje een aparte gids  – gewone pocket, geen foto’s, niks glossy – maar zeker de moeite waard.

Lia van Bekhoven kennen we als televisie- of radiocorrespondent voor de VRT in Londen. In de 30 jaar dat ze er woont heeft ze bericht over de meest uiteenlopende onderwerpen die zich afspeelden in het Verenigd Koninkrijk. Ze kent ook als geen ander de Britse levenswijze, gebruiken en gewoontes die ze moeiteloos weet te beschrijven.

In haar boekje worden 9 wandelingen beschreven. Start- en eindpunt liggen aan een metrohalte ; daartussen word je met een duidelijk plannetje op pad gezet voor een tocht variërend van 3,5 tot 8 km. Aan de hand van telkens een thema (Diana’s Londen, Koninklijk Londen, Cultureel Londen, Gentlemen’s Londen, Politiek Londen, Groen Londen, …) krijg je een stukje Londen te zien langs minder platgelopen wegen. Je wordt boeiende informatie voorgeschoteld, verhalen die schuilgaan achter gevels, straatstenen en historische gebouwen, dit alles doorspekt met pittige anekdotes uit haar rijke carrière als journaliste en beschreven in een stijl waarin Britse humor nooit veraf is. Je bent als het ware met Lia op stap.

Weet je niet waar te beginnen, neem dan bij voorbeeld ‘Groen Londen’ en ontdek weidsheid en rust die je je niet kan inbeelden in zo’n reusachtige stad of wandel langs de woonboten waarvan je het bestaan niet eens vermoedde. Probeer ‘East-Enders Londen’ op zondag te bezoeken wanneer de vier markten open zijn. Op een weekdag voel je dan weer beter het kloppend hart in ‘Financieel Londen’. Of ontdek ‘Chic en Shabby Londen’ en vergeet dan zeker niet je middagmaal te verorberen (reserveren!) in boekhandel “Books for Cooks” nabij Notting Hill.

Ik denk dat de bestemming van mijn volgende uitstap vast ligt…

Voor de thuisblijvers die aan dit boek geen boodschap hebben, kan ik wel dit leuke alternatief aanraden, een Olympische prijsvraag uitgewerkt door de sportdienst van Stad Gent. Waag je kans op de 3de verdieping van de hoofdbibliotheek!

Dirk Bruneel, collectie landeninformatie-reisgidsen

Naar Londen!

Het reizen vereist sterke zenuwen

“Het reizen vereist sterke zenuwen” schreef de misantropische Nederlandse schrijver Bob den Uyl (1930-1992) in de tweede helft van de vorige eeuw. Hoofdmoot van zijn verhalen vormt het getob over krakkemikkige hotelletjes, hilarisch gezeur over manke dienstverlening van bus- en spoormaatschappijen, gekoppeld aan het immens talent zich te ergeren aan de medereiziger of aan de bewoner van de stad waar hij terechtkwam.
Daarenboven was hij behept met een grondige afkeer van “bezienswaardigheden”. De titel Gewoon doorlopen er is niets te zien van de latere reisverhalenschrijver Rudolf Bakker kon vast op zijn goedkeuring rekenen. Om Bob den Uyl van de vergetelheid te behoeden stelde de VPRO vanaf 2004 de Bob den Uylprijs in, jaarlijks uit te reiken aan het beste literaire en/of journalistieke reisboek. Onder de gelauwerden vinden we o.a Rudi Rotthier, Minka Nijhuis en Cees Nooteboom terug.

Deze en andere literaire reisverhalen en op literatuur geïnspireerde reisgidsen worden nu tentoongesteld op de literatuurafdeling van de bibliotheek. U kan er terecht voor de onvolprezen Oog in ’t zeilreeks van uitgeverij Bas Lubberhuizen. Lectuur van deze literaire stedengidsen zorgt ervoor dat u steden als Madrid, Cambridge en Oxford, Triëste en St-Petersburg kan bezoeken op hoogst literair verantwoorde wijze, gewapend met weetjes over welke auteur er placht te resideren, te studeren, te flaneren of wat al niet meer. Niet zonder eigensteedse trots merken we op dat ook Gent in deze reeks is opgenomen.

Ook auteurs als Patrick Lateur (Amor in Roma), Leen Huet (Venetie, een literaire reis), Jan Lampo (Antwerpen in letters) en Tom Sintobin (Aan dezelfde zee) zorgden voor gelijkaardige fraaie werken.

Een mooi overzicht van de Nederlandse reisliteratuur werd onlangs door Jan Blokker samengesteld. Voor De Nederlandse reisliteratuur in 80 en enige verhalen diepte hij louter Nederlandse reisschrijvers op, van de twaafde eeuw tot nu.
Een boeiende kijk op landen en streken levert ook de “Mijn”-reeks op van uitgeverij Atlas, zoals Mijn Roemenië van Jan Willem Bos en Mijn Istanbul van Bernard Bouwman.

En daarnaast is er uiteraard nog het werk van de reisschrijvers pur sang. Met Cees Nooteboom, Jenny Diski, Paul Theroux, V.S. Naipaul en talloze anderen als gids kan u vanuit uw luie zetel inspiratie opdoen om de halve wereld te bereizen of u ter plekke vergewissen van de reikwijdte van hun verhalen.

De literatuurafdeling

Het reizen vereist sterke zenuwen

De Dodentocht: wandelen en wandelroutes in de bib

Vrijdag 12 augustus beginnen weer duizenden sportieve en moedige mensen aan de 100 km lange Dodentocht van Bornem. In 1970 werd de eerste Dodentocht georganiseerd: een idee van Wandelclub Kadee die toen 65 jongeren kon motiveren om de tocht te maken. Anno 2011 is de Dodentocht  uitgegroeid tot een massa-evenement waaraan meer dan 10.000 mensen deelnemen.
Je moet niet meteen al dergelijke ambities hebben om in de bib boeken over wandelen en wandelsport te halen. De bib beschikt over boeken die technieken, tips en advies bieden voor alle wandelaars die met een “blokje rond” met de hond niet tevreden zijn.
Er zijn ook honderden boeken met wandelroutes  in België en diverse andere Europese landen. Zowel wandelroutes voor ervaren trekkers als voor rustige wandelaars; zowel voor korte wandelingen als voor lange afstandwandelingen zoals de GR routepaden. Uitermate interessant om een mooie, sportieve vakantie voor te bereiden! Sedert enkele jaren verschijnen er ook wandelgidsen met GPS-tracks, te gebruiken in bv. Google Earth of met een wandelgps.
Momenteel staat er een themastandje op de 3de verdieping in Bib Zuid. Een lijst met al deze boeken vind je hier.

De Dodentocht: wandelen en wandelroutes in de bib

Reisgidsen: buitenbeentjes

Vakantietijd. Wie binnenkort op reis vertrekt of reisplannen heeft kan in de bibliotheek kiezen uit duizenden reisgidsen. Reeksen zoals Lonely Planet of Trotter zijn allicht bekend, maar we brengen ook eens graag minder bekende series in de belangstelling.
Zo hebben we reisgidsen in stripvorm. Bekende stripauteurs zoals bv. Hugo Pratt of Jacques Martin begeleiden je met hun personages Corto Maltese en Alex door steden als Venetië en Rome.
Of de reeks Te gast in…: met artikelen van auteurs die een speciale band met het land hebben. Hun verhalen en reisverslagen bieden je een inzicht in de levenswijze en omgangsvormen van de inwoners van deze meestal niet-Europese landen. Culture Shock! is een Engelstalige reeks reisgidsen die de gewoontes, tradities, omgangsvormen en de etiquette van een land nog uitvoeriger beschrijven. En de bezoekers tevens wijzen op de “do’s en don’t’s” in het land. Niet alleen nuttig voor toeristen maar ook voor zakenlui, werknemers en managers die er moeten onderhandelen of werken.
Tot slot zijn er  specifieke reisgidsen voor mensen met een handicap. In de Franstalige reeks Toujours un chemin kom je te weten welke  mogelijkheden en faciliteiten een aantal grotere Europese steden te bieden hebben aan minder mobiele mensen.

Reisgidsen: buitenbeentjes

Paarse Zetel najaar 2010

Griet Pauwels interviewt auteur Peter Terrin, historica Gita Deneckere, auteur Simone Lenaerts en journalist Rudi Rotthier in de Paarse zetel op donderdagmiddag van 12.30u tot 13.15u (Achilles Musschezaal, Bibliotheek Zuid). Gratis toegang, deuren dicht om 12.30u of zodra volzet, geen reservering.

– Op do.14 oktober: Peter Terrin
– Op do.21 oktober: Gita Deneckere
– Op do.18 november: Simone Lenaerts
– Op do.2 december: Rudi Rotthier

Peter Terrin is de auteur van o.a. ‘De bewaker’. In zijn romans weet hij met zijn sobere en suggestieve stijl à la Elsschot en Carver toch grote dramatische spanning op te roepen. Hij beschrijft vooral het obsessieve en bizarre verzet van het onwetende individu tegen een kafkaïaanse maatschappij die geen enkele schuilplaats meer biedt.

Gita Deneckere doceert sociale geschiedenis na 1750 aan de Universiteit Gent. Haar onderzoek richt zich o.a. op de emancipatie van arbeiders en vrouwen, en op de rol van de monarchie. Zij gaf historisch advies over het vast circuit van het nieuwe Stadsmuseum Gent (STAM) . Bij de opening op 9 oktober verschijnt het boek ‘Gent: stad van alle tijden’ dat ze samen met Marc Boone redigeerde. In de cursus die het STAM samen met Amarant organiseert, behandelt zij het thema ‘Sociale vooruitgang vóór de Vooruit’.

Simone Lenaerts debuteerde met ‘Zeewater is zout’, een zedenschets over een arbeidersgezin in het Antwerpen van de jaren ’50 (Debuutprijs 2009) . Voor ‘Spinnenverdriet’ putte ze uit een ervaring als jurylid bij een moordzaak. Pas op latere leeftijd zette Lenaerts, partner van schilder Jan Vanriet, na een carrière in het onderwijs en als moreel consulente de stap naar publicatie. De combinatie van levenservaring en schrijflust leverde alvast  opmerkelijke titels op die zeer gunstig werden onthaald.

Rudi Rotthier reisde door Canada, ‘Het beste land van de wereld’, en de eilanden in de stille Zuidzee, ‘De andere kant van de wereld’. Voor ‘De Koranroute’ kreeg hij de Bob den Uyl prijs.
In eigen land schetste Rotthier in ‘Hotel Fabiola’ een portret van Borgerhout en dit jaar publiceerde hij in De Morgen de reeks ‘De overkant’ over zijn verblijf in Molenbeek en in Sint-Joost. Onze enige Vlaamse reisboekenschrijver speurt altijd naar context en nuance.
De voorbije Paarse Zetellezingen via podcast : http://bibliotheekgent.podomatic.com/

Paarse Zetel najaar 2010