James blogt de bib: Curieuzeneuzen met de SuperWereldMol

Elke eerste zaterdag van de maand stelt de bib het Curieuzeneuzen Vraagstaarten Kabinet op in de jeugdbibliotheek. Kinderen vanaf zeven jaar gaan er op zoek naar antwoorden op vragen die ze zelf stellen door in het Kabinet te duiken, boeken uit te pluizen en op het internet te surfen. In het kader van Belmundo groef SuperWereldMol Lotte op zaterdag 1 maart een tunnel naar de bibliotheek en ging ze er op zoek naar jonge onderzoekers die haar konden helpen het mysterie rond drie vreemde voorwerpen op te lossen.

James Huys, 6 maart 2014

Net als vorige maand stap ik rond tien uur ’s ochtends de jeugdbibliotheek binnen, klaar voor het derde Curieuzeneuzen Vraagstaarten Kabinet van 2014. Wanneer ik nietsvermoedend tussen de kinderboeken laveer, hoor ik plots een luid en rommelend geluid vanuit de grond opborrelen. Ik besluit verder te lopen tot ik, achteraan in de jeugdbib, op een enorme put bots, waarnaast een mysterieus figuur de aarde van haar schouders klopt. Terwijl ik nog met mijn mond open en stomverbaasd naar het gat in de vloer staar, kom ik te weten dat deze vreemde verschijning SuperWereldMol Lotte is, die vandaag een bezoekje komt brengen aan de Curieuzeneuzen. Wanneer ze met haar werkhandschoenen het stof en de modder van haar rode salopette en witte helm heeft geschud, besluit ik haar te vragen wat een SuperWereldMol eigenlijk is en wat haar vandaag naar de bibliotheek brengt. Ze legt uit. “Ik ben eigenlijk een ondergrondse onderzoeker die al twaalf jaar lang overal ter wereld gangen graaft. Wanneer ik bovenkom, ga ik op zoek naar voorwerpen die mij enorm interesseren maar waarvan ik niet weet waarvoor ze dienen of van waar ze komen. Die neem ik dan mee naar mijn mollennest, waar ik samen met de andere onderzoeksmollen van Studio Globo woon, en waar we kinderen uitnodigen om met ons op zoek te gaan naar het mysterie achter die voorwerpen. Maar vandaag heb ik mijn mollennest verlaten en ben ik opgedoken in de bibliotheek om informatie te verzamelen over de drie voorwerpen die ik nu mee heb. Ik reken daarbij natuurlijk op de hulp van de jonge Curieuzeneuzen.”

Dropgeur
Ik vraag de SuperWereldMol vervolgens of ik de voorwerpen die ze heeft meegebracht al eens mag zien. Ze haalt een groene zak uit waarvan ze de inhoud voor mijn ogen op tafel uitspreidt. Ik zie witte steentjes die een beetje op haaientanden lijken, bruin-rode sterren en een zakje met een regenboog aan gekleurde prulletjes in. Lotte vertelt. “Ik weet natuurlijk nog niet wat deze spullen zijn maar ik kan je wel al vertellen waar ik ze heb gevonden. Die steentjes heb ik van een jongetje, Ogo, uit Senegal gekregen. De sterren komen van een meisje, Sam, uit Indië en dat zakje mocht ik van Maria uit Guatemala meenemen naar hier. Maar weet je wat me opviel toen ik op bezoek was bij al die kinderen? Dat die helemaal niet zo verschillen van elkaar, ook al wonen ze allemaal aan een andere kant van de wereld. Soms denken mensen misschien dat die kinderen daar helemaal anders zijn, maar overal ter wereld heb ik meisjes gevonden die filmster willen worden of jongens die heel graag snoepen, ook al mag dat niet van hun ouders. We hebben allemaal meer raakvlakken met mensen die heel ver weg wonen dan we soms denken. En dat wil ik straks zeker ook aan de Curieuzeneuzen vertellen, want dat vinden ik en de andere mollen bij Studio Globo heel belangrijk!”

Ondertussen zie ik dat de eerste onderzoekers van vandaag zijn aangekomen. SuperWereldMol Lotte legt hen uit wat ze gaan doen en strooit de voorwerpen uit haar groene zak weer op tafel. Ze verdeelt de kinderen in groepjes van drie en geeft hen elk één spulletje om te onderzoeken. Terwijl de kinderen de voorwerpen besnuffelen en in hun handen laten rondgaan, hoor ik hoe de eerste vermoedens over de oorsprong ervan door hun monden weerklinken. “Schelpen! Geld! Een gedroogde mango! Iets uit de Wereldwinkel! Iets uit een automaat!”. Ik besluit even rond te lopen en zie hoe de Curieuzeneuzen ijverig hun onderzoeksfiches invullen. Ze schrijven op waarvoor het voorwerp zou kunnen dienen, aan wat het hen doet denken en wat ze er van vinden. Ik kijk even mee bij Elian, Benno en Gust, die met de stervormige voorwerpen aan de slag zijn gegaan. “Die sterretjes ruiken nogal raar. De geur doet ons denken aan drop dus misschien wordt het gebruikt om drop van te maken!”, leggen ze uit. Omdat de fiches op die manier veel vragen doen oproepen bij de kinderen, is het tijd om de Curieuzeneuzen, die hongerig zijn naar meer informatie, los te laten in de bibliotheek!

Wonderzoekers Badeendjes
Terwijl twee van de drie groepjes zich meteen achter de computers in de jeugdbib nestelen, stap ik even mee met Gabriël, Makeeba en Arwen, die zichzelf ondertussen hebben omgedoopt tot de ‘Wonderzoekers Badeendjes’. Met zijn drieën stappen ze kordaat naar de ‘Dieren’-sectie van de bibliotheek, op zoek naar een boek over slakken en schelpen waarin ze de betekenis van de witte steentjes hopen te vinden. Ik laat hen rustig verder zoeken en merk dat ook het groepje van Arno, Nic en Nina Sofie in de boekenrekken is gedoken. Hun zoektocht verloopt moeizaam. “We weten dat dat zakje uit Mexico komt en dat de prulletjes gebruikt worden om een spelletje te spelen. Maar het is moeilijk om er iets over te vinden”, vertellen ze.

Iets verderop vind ik Elian, Benno en Gust terug. Terwijl ze in de boeken snuisteren, ontdek ik dat ze online al te weten zijn gekomen waar de sterren voor dienen. Ik vraag hen hoe ze te werk zijn gegaan. “We hebben via Google Afbeeldingen de woorden ‘kruiden’ en ‘ster’ ingetypt. Zo zijn we op een site beland, waar er stond dat ‘steranijs spectaculaire sterren zijn met een krachtige, dropachtige smaak’. En nu kijken we in een boek over kruiden of onze informatie wel klopt”, leggen ze uit. Ik moet even glimlachen wanneer ik hoor dat hun vermoedens over drop toch deels kloppen en ik ga terug naar de ‘Wonderzoekers Badeendjes’ om te polsen naar hoe hun onderzoek verloopt. Ik vind hen terug aan de tafel in het keukentje van de jeugdbib, waar ze als echte researchers hun bevindingen over de steentjes samenvatten en neerpennen. “Het zijn kaurischelpen, die jarenlang gebruikt werden als betaalmiddel in Senegal en op die manier ook in Perzië en Europa terecht zijn gekomen”, vertelt Gabriël me terwijl hij alles naarstig opschrijft.
Niet veel later komen Nina Sofie, Arno en Nic er zich met de glimlach bij zetten. Via Wikipedia hebben ze gevonden waarvoor hun spelletje dient en hoe het gespeeld wordt. De kleurrijke prulletjes blijken jacks te zijn en worden gebruikt om een soort bikkelspel te spelen. Wanneer alle groepjes zich even later rond SuperWereldMol Lotte verzameld hebben, kijkt ze trots toe hoe de Curieuzeneuzen met veel enthousiasme de resultaten van hun onderzoek uiteenzetten en uitgebreid bespreken.

Om de zoektocht helemaal af te ronden, heeft de SuperWereldMol nog een verrassing voor de kinderen. “Ik heb gezien dat de bibliotheek vandaag drie brieven heeft ontvangen voor ons. Eentje uit Senegal, eentje uit Indië en eentje uit Guatemala. En wat blijkt? Ogo, Sam en Maria hebben te horen gekregen dat wij vandaag op zoektocht gingen en wilden ons heel graag helpen. Laten we dus snel eens kijken wat ze ons te zeggen hebben!” Met veel verbazing en opengesperde ogen lezen de Curieuzeneuzen vervolgens hoe de informatie die ze vandaag gevonden hebben, allemaal juist blijkt te zijn. Stilaan zie ik hier en daar een glimlach op hun gezichten verschijnen. Samen zijn ze er allemaal in geslaagd om het mysterie achter de drie voorwerpen te achterhalen.

Het volgende Curieuzeneuzen Vraagstaarten Kabinet (Breek een been!) zal plaatsvinden op zaterdag 5 april, van 10u30 tot 12u. Hoe creëer je een personage? Hoe maak je een goed verhaal? Hoe maak je daar een voorstelling van? Ga op onderzoek met de theaterexpert van theaterhuis Larf en ontdek wie? Wat? Waarom? Wanneer? Of misschien word je zelf een personage in jullie eigen kleine theaterstuk! Schrijf je snel in voor dit Curieuzeneuzen en theaterkabinet! 

Bekijk ook de Tumblr-pagina van het Curieuzeneuzen Vraagstaarten Kabinet voor meer foto’s van deze en vorige workshops.

James Huys

Foto: Sofie De Grave

Wie is James Huys?

James blogt de bib: Curieuzeneuzen met de SuperWereldMol

James blogt de bib: het leescafé

Iedere dag zie ik tientallen mensen passeren langs, in en door de bibliotheek. Ervan overtuigd dat al die bezoekers een interessant verhaal met zich meedragen, ga ik elke week, in ware Man Bijt Hond-stijl, op stap tussen de boekenrekken. Op zoek naar sterke, ontroerende, of simpelweg leuke en boeiende verhalen. Deze week: het leescafé.

James Huys, 18 februari 2014

Het leescafé. Iedere dag wandel en slenter ik er voorbij maar ik heb er nog nooit iets besteld en ik heb er nog nooit met iemand afgesproken. En toch, toch wekt het café telkens opnieuw mijn nieuwsgierigheid op wanneer ik er passeer en zie hoe drukbezocht de zaak wel niet is. Want telkens opnieuw vraag ik me af: wie zijn de mensen die hier bijna dagelijks hun kranten en tijdschriften openslaan? Wat brengt hen telkens weer terug naar het leescafé? En waarin schuilt dan de aantrekkingskracht van de zaak? Ik besloot op onderzoek uit te trekken en ging vorige week, met mijn dictafoon in de ene hand en een Vedett in de andere, op zoek naar de vaste klanten en stamgasten van het leescafé!

Taart & wifi
Terwijl ik mijn eerste stappen richting leescafé zet en op het punt sta om de zaak te betreden, vertelt een krijten bord aan de ingang me tot mijn verbazing dat er een ‘taart van de dag’ wordt geserveerd. Ik bedenk me dat ‘een café waar taarten verkocht worden, nooit een slecht café kan zijn’ en ik kijk even rond, op zoek naar een lege stoel en een tafeltje waaraan ik zou mogen mee schuiven. Met het geratel van een koffiezetmachine op de achtergrond, valt mijn oog op een tafel met een stapel dossiers en een laptop, waar druk op getypt en getokkeld wordt. Het is een opvallend geluid in een ruimte waar vooral het geritsel van krantenpapier mijn oren bereikt, dus ik besluit ernaartoe te stappen. Zo leer ik Sylvie (41) kennen, die me vertelt dat ze ongeveer twee keer per maand naar het leescafé komt. Wanneer ik haar vraag waarom ze hier graag vertoeft, hoeft ze niet lang na te denken. “Ik kan hier goed werken, er is wifi en ze serveren lekker verse fruitsapjes (lacht).”

Ik laat Sylvie naarstig verder typen en besluit mijn zoektocht naar de stamgasten van het leescafé verder te zetten. Zo zie ik iets verderop Chantelle (67) zitten. Terwijl ze van haar koffie nipt en door een kookboek bladert, kom ik te weten dat ze elke woensdag rond twaalf uur met haar kleinzoon in de bibliotheek afspreekt. Maar ik merk op dat ze een uur te vroeg is. “Ik lees enorm graag. Daarom kom ik altijd bewust te vroeg, zodat ik nog even in het leescafé wat boeken of tijdschriften kan bekijken.”

Panini & Maredsous
Terwijl de zon haar stralen laat neerdalen op het glasraam van kunstenaar Herman Blondeel en ik weer op zoek ga naar een vrije stoel, zie ik een bekend gezicht. Ik neem afscheid van Chantelle en schuif mee aan bij Marc (60), die zelf in de bibliotheek werkt. “Als ik in het café binnen kom, weten ze al op voorhand wat ik ga bestellen, aangezien ik hier elke dag mijn koffietje kom drinken tijdens de middagpauze. Soms probeer ik een krant mee te nemen maar die zijn meestal al ingenomen door bezoekers van de bib (lacht). Maar het is hier rustig en sober, meer moet het voor mij eigenlijk niet zijn.”

De rust en de kalmte. Ook voor Willy (59) zijn het de voornaamste redenen om het leescafé te bezoeken. “Maar ook de beleefdheid van het personeel speelt mee. De mensen gaan hier niemand pushen om iets te consumeren en ze gaan ook nooit iemand buiten jagen. En je hebt hier een prachtig uitzicht!” Terwijl we verder praten, neemt Willy een slok van zijn goudgele, schuimige Maredsous. Ik vraag hem of hij een vaste bestelling heeft. “Dat kan eens een soepje zijn, of een broodje, of een tagliatelle. En soms een biertje, ja, maar dat drink ik rustig op mijn gemak want een Maredsous, dat is geen limonade, hè (lacht).”

Ik sta op het punt te vertrekken, wanneer ik plots Hanne (22), een studente Meertalige Communicatie, zie binnenstappen. Ze vertelt me dat ze nog niet vaak in het leescafé is geweest maar dat dat in de toekomst wel eens zou kunnen veranderen. “Ik ben momenteel mijn thesis aan het schrijven in de bibliotheek dus als ik honger heb, zal ik wel geregeld naar hier komen. Normaal gezien ga ik met vrienden in studentenresto De Brug iets eten maar op den duur serveren ze daar ook altijd hetzelfde. Ik ben dus eigenlijk een toekomstige bezoeker van het leescafé! (lacht).” Ik vraag haar of ze niet van plan is om een stukje ‘taart van de dag’ te bestellen maar terwijl ze een vluchtige blik werpt op de menukaart, valt haar keuze al snel op iets anders. “Ik moet zeggen dat het zeer lang geleden is dat ik een panini heb gegeten (lacht).”

James Huys

Wie is James Huys?

James blogt de bib: het leescafé

James blogt de bib: Curieuzeneuzen met Sabien Clement

Elke eerste zaterdag van de maand stelt de bib het Curieuzeneuzen Vraagstaarten Kabinet op in de jeugdbibliotheek. Kinderen vanaf zeven jaar gaan er op zoek naar antwoorden op vragen die ze zelf stellen door in het Kabinet te duiken, boeken uit te pluizen en op het internet te surfen. Op zaterdag 1 februari kwam illustratrice Sabien Clement het Kabinet bezoeken om er een workshop te geven rond beelden en poëzie. Ik ging er een kijkje nemen en zag hoe een groepje enthousiaste en creatieve kinderen de wonderlijkste creaties tevoorschijn wist te toveren.

James Huys, 8 februari 2014

Jefke Pulkneus
Op een grijze en druilerige zaterdagvoormiddag begeef ik me om halftien ’s ochtends naar de kleurrijke jeugdbib op het gelijkvloers. De rode en blauwe tinten die mij hier omringen, leiden mijn aandacht weg van de regenwolken die ik door de ruiten als een dreiging in de hemel zie hangen. Terwijl ik op zoek ga naar boeken met illustraties van Sabien Clement in, die ik in het rekje rond de tafel in het keukentje wil uitstallen, komt de illustratrice uit Kortrijk met een glimlach de bib binnengewandeld.

Omdat de workshop pas om halfelf van start gaat, heb ik tijd om Sabien nog enkele vragen te stellen. Zo vertelt ze me over haar eerste workshop, die ze twaalf jaar geleden in Leuven gaf, op vraag van Artforum. “Ik vond die zelf niet zo goed, maar ik heb gemerkt dat het iets is waar ik al doende sterker in werd. Ondertussen geef ik niet alleen workshops aan kinderen en volwassenen maar ook aan jongeren. Ik denk wel dat zij soms nood hebben aan zo een creatieve uitlaatklep. Kinderen knutselen sowieso graag maar of ze dat blijven doen naarmate ze ouder worden, hangt vooral af van de leerkrachten die ze hebben. De ene leraar is al wat strenger dan een andere die dan meer aandacht zal geven aan bijvoorbeeld tekenlessen. En dat heeft echt zijn effect op de kinderen.”

Terwijl we verder praten, merk ik dat de curieuzeneuzen van vandaag druppelsgewijs hun weg naar de workshop gevonden hebben. In een cirkel van zetels vertelt Sabien eerst, bij wijze van introductie, op een heel speelse manier over haar werk. Het enthousiasme van de illustratrice werkt aanstekelijk en terwijl de kinderen met grote ogen naar de tekeningen uit ‘Brave kinders‘ kijken, zie ik hoe ze gaandeweg hun verlegenheid loslaten en de ene vraag na de andere stellen. “Hoe doe je dat? Hoe maak je die cirkels? Hoe knip je dat uit? Snij je die vormen ook uit? Hoe begin je aan een tekening? Hoe wordt een harde kaft gemaakt?”
Op een bepaald moment leest Sabien met veel animo het verhaal van Jefke Pulkneus voor. Verscholen achter het boek doet ze alsof ze zelf in haar neus peutert. De kinderen kirren van plezier en walging tezamen terwijl een collectieve ‘eeeeiii‘ uit de monden rolt. Het is tijd om aan de slag te gaan!

“De aap is Radio 2!”
Wanneer de kinderen zich rond de werktafel geschaard hebben, spreidt Sabien een stapel kranten voor hun neus uit. Ik hoor de groep zuchten en klagen over hoe saai ze kranten wel niet vinden maar de illustratrice vertelt hoe ze vandaag juist gaan spelen met woorden en beelden. “Ik laat de kinderen op zoek gaan naar combinaties van leuke of mooie woorden die ze dan met carbonpapier als het ware ‘overtekenen’. Het is een heel laagdrempelige techniek maar wel een waarvan ik weet dat ze er mooie resultaten mee krijgen. Op die manier is het de bedoeling om heel spontaan een soort gedichtje te maken, maar als de curieuzeneuzen zich al amuseren met het ontdekken van carbonpapier, is het voor mij ook goed, hoor.”

Terwijl het geritsel van krantenpapier door de jeugdbibliotheek weerklinkt, besluit ik even rond te lopen. Mijn oog valt plots op een rood stukje karton waar ik de woorden ‘regionale hooiberg top’ terugvind. Ik ben geïntrigeerd maar wanneer ik aan Kamiel vraag waarom hij die woorden heeft gekozen, vertelt hij me dat zijn werkje nog niet klaar is. Hoewel ik enorm benieuwd ben, laat ik de jonge curieuzeneus verder werken en ga ik een kijkje nemen bij Leo, die iets verderop zit en van start is gegaan met de woorden ‘de aap’. Terwijl hij naarstig door De Standaard bladert om een vervolg aan zijn gedicht te breien, blijkt Leo een vat vol wilde ideeën te zijn. “De aap is het programma! De aap is niet dood! De aap kost! De aap is Radio 2!” Als ik vervolgens Sabien op de achtergrond hoor zeggen wat voor poëtische groep dit is, kan ik haar alleen maar gelijk geven.

‘Toverpapier’
Het valt me op hoe veel vrijheid Sabien de kinderen geeft, en hoe makkelijk ze daar op hun beurt mee omspringen. De curieuzeneuzen amuseren zich duidelijk met het carbonpapier, dat ze haast als ‘toverpapier‘ beschouwen. Ik ga even langs bij Milan, die aan de slag is gegaan met de woorden ‘feest’ en ‘verjaardag’. “Ik ga iets maken voor mijn papa, want hij is bijna jarig”, vertelt hij. Ook Kamiel is goed op dreef met het rode carbonpapier. Zo is de ‘regionale hooiberg top’ van eerder al uitgegroeid tot een ‘regionale hooiberg top aandelen cultuur’. “Ik zie de top van een regionale hooiberg als een stukje kunst dat je kan verkopen, net als aandelen”, legt hij me uit.

Om twaalf uur loopt de workshop op zijn einde. Terwijl de meeste ouders al klaar staan om hun jonge curieuzeneuzen naar huis te brengen, geeft Sabine nog een aantal sjablonen aan Leo, die heel graag nog een aapje bij zijn tekst (‘de aap en ik’) wil tekenen. De illustratrice oogt tevreden. Wanneer we even napraten, ontdek ik dat het de eerste keer is dat ze deze workshop aan kinderen geeft. “Normaal geef ik hem aan volwassenen. Maar het is vandaag heel vlot gegaan. Ik merk zelfs dat kinderen veel aandachtiger luisteren naar mijn uitleg en beter opletten in vergelijking met volwassenen, die vaak rap-rap te werk willen gaan.”

Net als ik wil vertrekken, zie ik dat Milan er nog is. Ik vraag hem of hij het leuk vond vandaag en terwijl hij knikt, komt zijn papa de bib binnengelopen. Op het moment dat ik Milans werkje wil bekijken, herinner ik me net op tijd wat hij me eerder vertelde. “Je mag het nog niet zien, papa”, roept Milan terwijl we zijn vader gezamenlijk eventjes wegsturen. Wanneer ik het eindresultaat vervolgens te zien krijg, kan ik alleen maar bedenken hoe blij Milans papa zal zijn met het cadeau en hoe trots Milan zal zijn om het hem te geven.

In het volgende Curieuzeneuzen Vraagstaarten Kabinet komen de mensen van Studio Globo langs. De workshop zal plaatsvinden op zaterdag 1 maart, van 10u30 tot 12u. Hoe is het om in een ander land te wonen? Is het daar warm? Wat eten ze daar? En kleden de mensen zich daar raar? Vraag het aan de experten van Studio Globo!

James Huys

Wie is James Huys?

James blogt de bib: Curieuzeneuzen met Sabien Clement

James blogt de bib: Library Session Filip de Fleurquin

Elke tweede zaterdag van de maand organiseert de bibliotheek de Library Sessions, waarbij ze een artiest uitnodigt om een kort, akoestisch optreden te geven op de vijfde verdieping. Op zaterdag 8 februari kwam de Gentse singer-songwriter Filip de Fleurquin, samen met Ht Roberts, het nieuwe seizoen van de Library Sessions officieel op gang trappen. Een verslag!

James Huys, 13 februari 2014

Na mijn Library Sessions-doop van vorige week, zoek ik me ook nu weer, rond tien voor drie ’s middags, een vrije stoel tussen de duizenden cd’s op de muziekafdeling. Hier gaat Filip de Fleurquin, samen met zijn vriend Ht Roberts, nummers spelen uit zijn twee recentste platen, A Monkey on a Wooden Horse en Telephone Booth Hotel, die respectievelijk in 2010 en 2012 uitkwamen. De Fleurquin vertelt me achteraf wel dat er een nieuw album aankomt, dat hij wil uitbrengen begin 2015. “Ik ga die nieuwe plaat dit jaar nog maken, samen met Herman Temmerman (Ht Roberts, red.) en Bruno Deneckere. Het wordt een meer ‘ontklede’, meer naakte plaat dan de vorige. We nemen die albums ook nog altijd volledig live op, hè. Het is te zeggen: we gaan samen zitten, we beginnen te spelen en we nemen dat op. Natuurlijk gebeurt het wel dat er hier en daar nog een ‘tjoepke’ of een ‘oowoohoo’ wordt toegevoegd maar in principe is het: ‘what you see, and what you hear, is what you get’. Een vervelend aspect van de zaak is dat onze platen vaak in eigen beheer worden uitgebracht en dat kost behoorlijk wat centen. Maar dat het nieuw album er volgend jaar komt, dat is een vaststaand gegeven.”

Danske placeren
De Fleurquin en Roberts zetten de sessie in met Picking Grapes en If Wishes Were Horses. Met de glimlach gaan de twee Gentenaren volledig op in de muziek. Het spelplezier spat van de nummers af en ik vraag hen na het concert of ze kunnen uitleggen van waar die magie komt als ze samen spelen. “Het heeft zowel te maken met vriendschap als met jarenlang samen optreden maar in feite draait het vooral om aanvoelen wat de ander bedoelt”, legt Roberts uit. “Ik noem dat ruimte en tijd geven aan mekaar. Nooit in de ander zijn weg staan. En luisteren”, vult de Fleurquin aan.
Op die manier ondersteunt Roberts de Gentse singer-songwriter met veel gevoel doorheen het concert, zowel op mandoline en elektrische gitaar als vocaal. Terwijl de Fleurquin zo met grote slagen de snaren van zijn akoestische gitaar beroert tijdens Power of the Numbers, valt het mij op hoe zijn diepe, warme stem wonderwel bij het hogere timbre van Roberts past. Ook wanneer ze, tijdens Telephone Booth Hotel, de klanken van hun gitaren laten versmelten, snap ik wat de twee muzikanten bedoelen met ‘de ander aanvoelen’.

Tussen de nummers door vertelt de Fleurquin over hoe de stilte die normaal in een bibliotheek heerst zijn muziek beïnvloedt. “Ik vind het ongelofelijk aangenaam om hier te spelen. De ruimte is enorm bepalend voor de sfeer en in dat opzicht is een bibliotheek haast een heilige plaats, hè. Het is een plek waar je stil moet zijn en dat vertaalt zich ook naar de muziek. We kunnen hier veel intiemer spelen.”
En toch, toch mag dat het publiek niet tegenhouden, zegt hij. “Ge moogt gerust een danske placeren”, spoort de Fleurquin zijn luisteraars aan. Niet veel later zie ik een jong meisje dansen en zwaaien met haar groene sjaal tijdens Open Up a Window. Ook Law West of the Pecos, met zijn meeslepend middenstuk, en If You Don’t Believe In It, dat vier minuten lang swingt, catchy refrein inclusief, doen het publiek op zijn stoel wiegen.

‘Coucy en Ezel’
Maar ook als ze niet performen, blijken de Fleurquin en Roberts beiden rasentertainers. “Wat wij proberen te doen, is verhalen vertellen”, zegt de Fleurquin halverwege het optreden. Wat volgt is een schitterende anekdote. “Toen ik net samen was met mijn vrouw Hilde besloten we onze relatie te testen en op reis te gaan. Een goeie vriend van me had ons een tip gegeven over een mooi dorpje in Frankrijk en in ruil daarvoor had ik hem de schildersezel van mijn vader beloofd. Hij stuurde ons een mail met als onderwerp ‘Coucy en Ezel’, met alle gegevens voor de reis in. Waardoor wij dachten dat het dorpje Coucy in een streek lag die we nog niet kenden, de Ezel”, lacht de Fleurquin, terwijl hij het opgewekte Bellevue Hotel inzet.

Naar het einde van het optreden toe, tonen de twee Gentenaren dat ze hun publiek ook bij de keel kunnen grijpen. Zo laat Roberts zijn mondharmonica huilen in het melancholische Brussels Central Station. Terwijl de Fleurquin zijn diepe stem laat grommen als één brok rauwe emotie, zie ik hoe de glimlach even plaats maakt voor een mijmerende blik in zijn ogen, waaruit een zekere tristesse straalt. Maar als de Fleurquin vervolgens Another Happy Song speelt en zijn publiek belooft om ooit een écht vrolijk lied te schrijven, keert de lach bijna onmiddellijk terug. “Most of my friends say I can please a crowd”, zingt hij. En net als vorige week, breekt ook nu de zon door de wolken.

Filip de Fleurquin & Ht Roberts – If You Don’t Believe In It

Op zaterdag 8 maart komt Alàn de volgende Library Session spelen. De library sessions zijn concerten in de muziekafdeling van bib Zuid. Het zijn optredens van ongeveer 30 minuten. Tijdens de pauze en na de laatste sessie kan je de artiest ontmoeten.

James Huys

Wie is James Huys?

James blogt de bib: Library Session Filip de Fleurquin

James blogt de bib: Library Session S.A. Barstow

Elke tweede zaterdag van de maand organiseert de bibliotheek de Library Sessions, waarbij ze een artiest uitnodigt om een kort, akoestisch optreden te geven op de vijfde verdieping. Op zaterdag 1 februari kwam S.A. Barstow in het kader van de Poëzieweek een extra sessie spelen. De Gentenaar met Kempische roots bracht zowel gedichten van Tomas Tranströmer als werk uit zijn tweede plaat, die in april uitkomt.

James Huys, 5 februari 2014

S.A. Barstow is de artiestennaam van singer-songwriter Teun De Voeght. Zijn debuutalbum Murmurations kwam uit in februari 2012, nadat hij aan de slag was gegaan met tien naar het Engels vertaalde gedichten van de Zweedse dichter en Nobelprijswinnaar Tomas Tranströmer. “Ik vond het vreemd dat er nog maar zo weinig muzikanten zijn werk als basis voor een songtekst hadden gebruikt. Van zodra ik een selectie van tien gedichten had gemaakt, ging het eigenlijk heel snel, net alsof zijn poëzie gemaakt was om op muziek te zetten”, vertelt Teun zelf over zijn eerste plaat. “Toen ik vervolgens op reis was in Stockholm, heb ik nog voor Tranströmers deur gestaan. Ik heb toen niet aangebeld, maar ik heb wél mijn CD in de brievenbus achtergelaten. Een ontmoeting met de man zou nooit mooier zijn geweest dan de gedachte eraan, zei ik op dat moment tegen mezelf. Twee weken later kreeg ik wel een mail van Tranströmer met een bedankje voor de mooie CD (lacht).”

Zweedse bossen
Terug naar de Library Sessions. Ik nestel me rond drie uur ’s middags tussen het aanwezige publiek, terwijl Teun het optreden op gang trekt met Winter’s Gaze. Een nummer waarmee hij graag opent, zo vertelt hij me achteraf. Terwijl ik me aanvankelijk nog een comfortabele positie zoek om zowel te luisteren als te noteren, dwaalt mijn aandacht snel af wanneer Teun de snaren van zijn akoestische gitaar aanslaat. Met gesloten ogen en een ingetogen, fluwelen melodie leidt hij me in gedachten naar de winterse, Zweedse bossen waarover Tranströmer zo graag en zo vaak schrijft. Ook Through The Woods, met zijn hard-zacht-contrasten, grijpt me vast en doet tegelijkertijd dromen over de rijke, Scandinavische natuur, gekneed en getekend door oude bomen en mossige gebieden, waar het in mijn verbeelding aangenaam vertoeven is.

Na enkele minuten wordt het fijn en gedetailleerd gitaarspel, dat heerlijk dromerig uit de Marshall-versterker weerklinkt, bijgestaan door talrijke regendruppels die tegen de ruiten tikken. Het is een combinatie die weemoed en een zekere tristesse opwekt, maar dan wel van een soort die eerder zalft dan slaat. Als ik rond me heen kijk, zie ik hier en daar tipjes van voeten die ritmisch op en neer wippen terwijl Teuns vingers de snaren van zijn instrument strelen en bespelen. De mensen genieten. De singer-songwriter slaagt er dan ook met zichtbaar gemak in de bibliotheek om te toveren tot de intieme setting waarbinnen hijzelf zo graag speelt. “Mijn muziek leent zich hier beter voor. Doordat het publiek zo dichtbij zit en zo aandachtig luistert, kan ik veel ‘kleiner’ spelen, omdat ik weet dat de details en gelaagdheden die ik in mijn spel en zang leg, niet verloren zullen gaan.”
Wanneer Teun The Tree and the Sky inzet, breekt de zon opeens door de wolken. Het licht doet de ruimte warm worden terwijl het hout van Teuns gitaar glimt, de snaren schitteren en de muziek plots gelatener aanvoelt.

One man and his guitar
Doorheen de tweede helft van het optreden, grijpt Teun vooral naar werk van op zijn tweede plaat, die in april zou moeten uitkomen. Van de nummers die we te horen krijgen, blijven vooral Stones, over vriendschappen die even plots ontstaan als terug verdwijnen, en Shoot from the Rough, over de tijd die je iemand moet geven om keuzes te maken, na het optreden in mijn hoofd hangen. Ook Wolves blijft nazinderen. Teun haalde de inspiratie voor dat nummer uit de herinnering aan zijn vader die hem in zijn jeugd uit Jungle Book voorlas.
Na de Library Session vraag ik aan Teun wat we van zijn tweede album mogen verwachten. “Oorspronkelijk was het niet de bedoeling om de muzikale lijn van Murmurations door te trekken. Ik wou een plaat maken die meer in het straatje van ‘one man and his guitar‘ ligt, maar gaandeweg begon ik er toch hier en daar dingen aan toe te voegen. Er zullen dus zeker kleine arrangementen op te horen zijn, maar het blijft de bedoeling dat mijn stem en mijn gitaar op de voorgrond zullen treden.”

Op zaterdag 8 februari komt de Gentse singer-songwriter Filip de Fleurquin de volgende Library Session spelen. Na het geslaagde optreden van S.A. Barstow ben ik alvast zeer benieuwd naar wat Filip overmorgen zal brengen! Kom eens een kijkje nemen om 15u en 16u, zet u neer en geniet ervan, zou ik zo zeggen!

James Huys

Wie is James Huys?

James blogt de bib: Library Session S.A. Barstow

James blogt de bib: de laatste blokkers

Iedere dag zie ik tientallen mensen passeren langs, in en door de bibliotheek. Ervan overtuigd dat al die bezoekers een interessant verhaal met zich meedragen, ga ik elke week, in ware Man Bijt Hond-stijl, op stap tussen de boekenrekken. Op zoek naar sterke, ontroerende, of simpelweg leuke en boeiende verhalen. Deze week: de laatste blokkers.

James Huys, 30 januari 2014

Terwijl de laatste week van de maand januari zich voortsleept, ontwaken de cafés in de Overpoortstraat langzaamaan uit hun winterslaap. Studenten vieren het einde van hun examens na weken vastgezeten te hebben in muffe kamers of studiezalen, met de vuistdikke cursus voor hun neus als enige compagnon. Het zijn de mensen die ik steevast om halftien ’s ochtends als een horde beesten voor de ingang van de bibliotheek zag samentroepen, klaar om elke stoel of tafel in de bib in te nemen met fluostiften, laptops, boeken en een portie moed en wanhoop om de dag al blokkend door te komen. De meesten zijn er ondertussen vanaf, maar ik besloot deze week een kijkje te nemen in de stille studiezaal op de tweede verdieping. Doorheen de examenperiode zat de zaal zo goed als iedere dag vol, maar nu den blok stilaan op zijn einde loopt, ging ik er op zoek naar de laatste blokkers.

‘Joggingpaktypes’
Als ik de studiezaal binnenstap om 16u ’s middags, is het er muisstil. Terwijl ik even rondkijk, zie ik dan ook dat er maar een twintigtal studenten meer zit. Voor sommigen is het verrassend genoeg pas hun eerste dag hier maar anderen komen al enkele weken naar de bib om hun cursussen in het hoofd te stampen. Zo mag ik Lies (21), een studente Politieke Wetenschappen, tussen het leren door eventjes storen. Ze vertelt me dat ze afwisselend in de bib en in de Boekentoren studeert, maar nooit thuis want daar staan laptop en andere digitale afleidingen klaar om de aandacht weg te nemen van haar cursus Politieke Integratie. Ik vraag haar wat een student zoal doet om in een studiezaal te kunnen ontspannen. “Als ik met vrienden samen studeer, dan kaarten we altijd tijdens onze pauze. Dan manillen we, of spelen we presidenten. Vorig jaar hebben we ook een soort boek gemaakt met alle typetjes van studenten die je in de bib ziet passeren. Zo heb je bijvoorbeeld het type dat elke dag in een joggingpak komt studeren of de groepjes meisjes die zich elke dag opnieuw volledig optutten enkel en alleen om in een studiezaal te komen blokken (lacht).”

Iets verderop zie ik iemand zitten die geen cursus en enkel een laptop bij heeft. Het is een opvallend beeld tussen de stapels papier en rijen pennenzakken dus ik besluit de jongeman aan te spreken. Op die manier leer ik Pieter (23) kennen, een student Computerwetenschappen, die normaal gezien thuis leert en tot mijn verbazing nog maar net zijn eerste halfuur ooit in de studiezaal heeft doorgebracht. “Ik heb morgen mijn laatste examen maar mijn kamer was gewoon zo rommelig geworden dat ik me niet meer kon concentreren. Vandaar mijn komst naar de bib (lacht).”
Kamers die overhoop liggen en de immer aanwezige afleiding die het internet is, het zijn maar enkele van de vele redenen waarom studenten de studiezaal van de bib opzoeken. Maar soms willen de blokkers simpelweg niet alleen zijn tijdens deze donkere tijden, laat ik me vertellen door Janne (19) en Eva (19). “In een zaal met andere studenten zie je tenminste dat je niet de enige bent die met een zielig hoofd boven een cursus hangt.”

Boekenrekken en beatboxen
Ik wens de twee vriendinnen veel succes met hun laatste examens en besluit terug naar beneden te gaan. Maar terwijl ik de volgende dag eens tussen de boeken aan het snuisteren ben, valt het me op hoeveel studenten er verscholen zitten aan kleine tafeltjes tussen de lange rijen boekenrekken. Hoewel het hier nu vrij rustig is, waren ook deze plaatsen aan het begin van de blokperiode gegeerd, zegt Louis (18), student Bio-technologie en -chemie. “Ik herinner me de stormlopen van de studenten nog goed. Als je hier niet een halfuur op voorhand stond, dan had je gegarandeerd geen plekje meer. Wat ik ook opmerkelijk vond, was dat elke student op den duur een vaste plaats inpalmde. Echt ambetant als je de mensen naast je één voor één ziet vertrekken en zelf als laatste overblijft. Dan weet je dat iedereen al vakantie heeft en aan het feesten is.”

Ook hier komen de meeste studenten leren omwille van de rust, maar als ik doorvraag blijken er toch net iets meer vreemde dingen te gebeuren in de bib zelf dan in de studiezaal. Zo vertelt Louis me over de ergernissen die bellende mensen bij hem opwekken. “Je GSM opnemen in een bibliotheek: op zich doe je zoiets al niet. Maar de gesprekken die daaruit volgen zijn vaak even grappig als frustrerend. Dan hoor je opeens iemand een telefoon opnemen en met luide stem roepen dat hij eigenlijk niet kan praten omdat hij in de bib zit. Dat herhaalt hij dan, al bulderend, een kwartier lang. Maar ik ga niet klagen, mocht ik hier niet kunnen studeren, het zou absoluut niet zo goed zijn gegaan.”
Ook Servanne (23), studente Bedrijfspsychologie, kan over bizarre geluidsuitbarstingen meespreken. “Ik weet nog dat iemand plots achter mij begon te beatboxen tussen de boekenrekken. Dan kijk je toch ook wel even raar op.”

Mijn zoektocht naar de laatste eenzame blokkers eindigt ten slotte bij Jozef (22), een student Geneeskunde die ik terugvind in een uithoek van de tweede verdieping. Het valt me op hoezeer de houten tafel waaraan hij zit letterlijk ‘getekend’ is doorheen de jaren, bekrast en beklad door generaties studenten die hier ooit ook zaten en het niet konden laten een persoonlijke rotstekening te schilderen. Het is iets wat ook Jozef niet ontgaan is. “Tijdens mijn pauzes kan ik me wel eens bezighouden met een analyse van wat hier allemaal geschreven staat. Je zou er gemakkelijk een stuk of tien dissertaties over kunnen schrijven, hoewel het vaak neerkomt op boodschappen als ‘tetten‘ of ‘lullen‘.”
Laat dit dan misschien ook als een boodschap gelden voor de blokkers: hou u alstublieft in, laat uw vunzige praat voor wat het is, en leid de toekomstige generaties Gentse studenten niet af met mysterieuze boodschappen op de studietafels. Dit gezegd zijnde, wie zich hieraan kan houden, verwelkomen we met plezier terug in mei en juni!

James Huys

Wie is James Huys?

James blogt de bib: de laatste blokkers

Nieuw: James blogt de bib

Heuglijk nieuws! Op 27 januari 2014 is er een journalist (in spe) neergestreken op de communicatiedienst van de Bibliotheek Gent. Tien weken lang kom ik als laatstejaarsstudent en als stagiair in de journalistiek schrijven en bloggen over de bib in al haar facetten. Wat dat juist inhoudt en wat ik wil doen, zegt u? Ik wil een reporter ter plaatse zijn. Ik wil mensen aan het woord laten en hen een gezicht geven, of dat nu bezoekers van de bibliotheek of personeelsleden zijn die al jaren achter de schermen werken. Ik wil de bib en alles wat ze doet meer in de kijker zetten. Ik wil dieper ingaan op activiteiten als bijvoorbeeld de Curieuzeneuzen, waardoor zoiets méér wordt dan alleen een aankondiging vooraf.

En om dat te realiseren, palm ik graag een stukje van deze blog in. Dit wordt als het ware mijn speelhoekje, een eigen plaats op het web waar ik artikels, berichten en reportages zal plaatsen. Ik hoop dat mijn posts de lezer zullen boeien en goesting geven om bijvoorbeeld eens een Library Session mee te pikken of om eens een koffie te komen drinken in het Leescafé.

Maar goed, nu weet u natuurlijk nog niet wie ik ben. Mijn naam is James Huys en ik zit momenteel in het derde jaar journalistiek op de Arteveldehogeschool in Gent. Dat ik in De Pinte woon en twee zussen en een kat heb, kan sommigen misschien wel boeien, maar u moet vooral weten dat ik graag schrijf en ongelofelijk veel van muziek hou.

Als u vragen hebt, dan hoor ik ze graag. En anders, hopelijk tot binnenkort!

James Huys

Nieuw: James blogt de bib