Doordenken tot de rand …

edge.orgTwintig jaar geleden begon de Amerikaan John Brockman, literair agent van populair-wetenschappelijke boeken, met de traditie om jaarlijks een Edge-vraag te lanceren. Edge.org is de virtuele opvolger van het discussieforum Reality Club (New York) dat sinds 1981 invloedrijke wetenschappers, kunstenaars, schrijvers en filosofen bijeenbracht om vrij over allerhande wetenschappelijke ideeën en problemen te brainstormen. Edge (rand) staat voor het idee van het aftasten van de grens van de gevestigde kennis, het op zoek gaan naar de uiterste, ongekende en onverwachte domeinen van inzicht door nieuwe en gedurfde hypothesen.
Zo werden prikkelende vragen gesteld – geniaal in hun eenvoud – aan de gevarieerde en vrijgevochten denktank van onderzoekers en denkers uit zowel de exacte als de humane wetenschappen, maar ook uit het artistieke veld. Grote namen, dikwijls pioniers in hun vakgebied, kwamen aan het woord: Susan Blackmore, Noam Chomsky, Richard Dawkins, Daniel Dennett, Jared Diamond, Freeman Dyson, Stephen Jay Gould, Daniel Kahneman, Ray Kurzweil, Steven Pinker, Martin Rees, Naomi Wolf,…

‘Wat is uw favoriete en meest elegante wetenschappelijke inzicht?

Hoe verandert internet je manier van denken?

Waarover moeten we ons zorgen maken?

Van welk wetenschappelijk concept word je slimmer?’

Elk jaar bundelde Brockman de tientallen antwoorden in een lijvige en goedkope bundel. Het waren telkens korte puntige essays van één tot drie bladzijden, zeer pittig en leesbaar geschreven voor een breed publiek. Vooral deze uitgebreide mix van diverse invalshoeken uit sterk verschillende vakgebieden zorgt voor evenzoveel doordenkers en eye-openers.

wetenschappelijk onkruidIn 2014 luidde de provocerende Edge-vraag: Welk wetenschappelijk idee is rijp voor de prullenbak? Het tempo waarin wetenschappelijke denkbeelden veranderen ligt vandaag heel hoog. Vandaar de uitdaging om gevestigde concepten vroegtijdig op pensioen te sturen zodat de wetenschap ongehinderd verder kan evolueren. In Wetenschappelijk onkruid: 179 hardnekkige ideeën die vooruitgang blokkeren wordt met veel overtuiging en humor opgelijst wat mag weggesnoeid worden. Het doortastende motto Kill your darlings is echter niet altijd evident. Het is wel even schrikken om al die heilige huisjes tegen de vlakte te zien gaan: bv. de notie van informatieovervloed, de praktijk van dierproeven om bijwerkingen van medicijnen op te sporen, het idee dat taal uw wereldbeeld beïnvloedt, het begrip statistische significantie enz. Maar de antwoorden zijn eigenlijk altijd bevrijdend, maar ook weer bediscussieerbaar.
De andere fascinerende en inspirerende titels die sinds 2011 in het Nederlands verschenen in de Edge-reeks beloven u evenveel denk- en discussieplezier. Om lang wakker van te blijven!

Koen Temmerman, bibliothecaris

Doordenken tot de rand …

GELEZEN: Pleidooi voor het treuzelen

pleidooi voor het treuzelenGent kent een mooie fietstraditie,  met als een van de fietspioniers, de getalenteerde drukker, uitgever en fotograaf Arnold Van der Haeghen die begin 1900 als één van de eersten een fiets met Dunlopbanden bezat. Toen was ‘cyclisme’ eerder een extravagante exclusiviteit en ontspanning van vooral de bourgeoisie.

Vandaag is de fiets – van plooifiets tot bakfiets – meer dan ooit een populair, praktisch vervoersmiddel én blijft fietsen  een geliefde (volks)sport, met in Gent onder andere De Zesdaagse in het Kuipke.

In de essaybundel Pleidooi voor het treuzelen beschrijft de auteur-cineast Peter Delpeut een verband tussen (langeafstands)fietsen en de gave van het zien, niet enkel met betrekking tot het fysieke oog, maar ook de blik.

Zijn essays zijn beschrijvingen van de verschillende landschappen, van Toscane tot de Friese polders, en musea die hij eerder al lanterfantend en flanerend doorkruist, dan er dwars van A tot Z doorheen te gaan. Hij schrijft: “Pas als ik al fietsend opnieuw de schoonheid van het nutteloze ontdek, de kunst van het treuzelen en kijken, kan ik A en B overboord zetten.”

fietserZo beschrijft hij onder andere zijn (her)ontdekking van de zogenaamde Claudespiegel in het Gentse Citadelpark – een miroir de Claude  is zwart van kleur en was erg in trek bij wandelaars rond 1800 om het landschap te bekijken – de woestijnfoto van zijn vrouw en fietscompagnon Céline en de tekeningen van de Foucauld, de ongewone foto’s van Gerco De Ruijter die zijn fototoestel aan een vlieger bevestigt – en zich laat leiden door de wind, de ervaring van de zogenaamde Seagram murals van Mark Rothko in de Tate Gallery en zijn teleurstelling bij de nieuwe opstelling in de Rothko Room in Tate Modern…

Keer op keer toont Peter Delpeut ons dat er zonder verbeelding niets te zien valt en nodigt hij ons uit om beter te kijken.

Charlotte Vandamme, bibliothecaris contentdiensten en medewerker non-fictieafdeling

GELEZEN: Pleidooi voor het treuzelen