James blogt de bib: de Kleine Cervantes


De Kleine Cervantes is de jeugdliteratuurprijs van de Stad Gent, waarvan de winnaar gekozen wordt door een jury van twaalf- tot veertienjarige jongeren. Elke Gentse secundaire school kan zich inschrijven voor het project en mag een jurygroep van tien leden samenstellen. Onder begeleiding van een leerkracht lezen zij vervolgens de genomineerde boeken en gaan ze op school de discussie aan om uit te maken welk boek ze het beste vinden.

James Huys

De Kleine Cervantes wordt al sinds 1999 georganiseerd door WOCK (Werken aan Onderwijs, Cultuur en Kunst), in samenwerking met de Bibliotheek Gent en de Kopergietery. Het project steunt in feite op drie grote pijlers. Het leesplezier en de liefde voor literatuur aanwakkeren staan op de eerste plaats maar het is ook belangrijk dat de jongeren met elkaar praten en debatteren over de gelezen boeken en er ten slotte een leesverslag over schrijven. In februari en maart konden de juryleden ook deelnemen aan workshops in de Kopergietery, waarbij ze zelf korte trailers opnamen over de boeken op de shortlist. “We wilden de jongeren tonen dat literatuur meer is dan in een hoekje zitten en een boekje lezen. Omdat de Kopergietery mede-organisator is van de Kleine Cervantes, leek het ons zo vanzelfsprekend om daarrond workshops te geven”, legt Annie Lens van WOCK uit.

Ik ging vervolgens zowel een workshop als een leesbijeenkomst op een van de scholen volgen. Een verslag!

Regen en ‘Rotmoevie’
Op een regenachtige donderdagmiddag, terwijl de wind de regendruppels in mijn gezicht doet slaan, wandel ik naar de Kopergietery. Wanneer ik aankom en de deur naar het keukentje opentrek, merk ik dat ik niet de enige ben die vloekt op het weer. Ik heb hier namelijk afgesproken met Kopergietery-docente Hanne Vandersteene en filmmaker Kenneth Michiels, die voor het tweede jaar op rij de workshops voor de Kleine Cervantes verzorgen en op dit moment snakken naar een beetje zonlicht. Kenneth vertelt. “We wilden vandaag aan de slag gaan met het boek ‘Rotmoevie’ van Marian Desmet maar zoals je op de cover kunt zien, ademt heel dat verhaal een zonovergoten sfeertje uit. Het is volgens mij een heel tof boek om een trailer voor te maken maar nu het zo regent, gaan we onze vooropgestelde plannen toch moeten weggooien. Op zich is dat niet zo een probleem want het is de bedoeling dat de jongeren straks zelf met ideeën komen. Wat dat betreft zijn wij er zeker niet om hen in het gareel te houden. Integendeel, we gaan ze juist loslaten en veel vrijheid geven om de inhoud van die trailer volledig zelf in te vullen. Wij zijn er om hen te helpen, hier en daar bij te sturen en de uiteindelijke kwaliteit te waarborgen.”

Terwijl de regen genadeloos verder tikt tegen de ruiten, komen de leerlingen van het Atheneum Wispelberg het keukentje binnengelopen. Dit groepje twaalf- tot veertienjarigen zal vandaag worden omgevormd tot een volwaardige filmcrew. Annie Lens legt uit waarom er met de Kleine Cervantes net op die leeftijdscategorie wordt gemikt. “Zestien, zeventien jaar geleden, toen we van start zijn gegaan met de Kleine Cervantes, bestonden er maar heel weinig initiatieven rond literatuur voor die leeftijdsgroep. Het zijn ook jongeren die net het middelbaar inrollen en boeken lezen vaak als iets stom gaan beschouwen. De Kleine Cervantes kan helpen om die groep te laten verder lezen. Ik herinner mij nog een jongen die een aantal jaren geleden meedeed. Die zei mij: ‘ja madam, ik heb van mijn leven nog nooit een boek gelezen, en nu heb ik er opeens zo veel gelezen en ik ga nog lezen, hoor!’ Zoiets is ongelofelijk wijs om te horen.”

Geen BBC-studio
Terug naar de workshop! Wanneer iedereen zich in een cirkel op de grond in de spiegelzaal heeft neergezet, gaan Hanne en Kenneth van start. Voor ze gaan filmen, moeten de juryleden eerst een aantal scènes uit het boek kiezen die ze graag in beelden willen omzetten. Daarbij zoeken ze vooral naar scènes met niet te veel spectaculaire acties of dialogen in. “Normaal gezien heb je bijna een dag nodig om één minuut film te maken met een ervaren filmcrew”, leggen Hanne en Kenneth uit. “We maken de jongeren dus al van bij het begin duidelijk dat we hier geen BBC-studio ter beschikking hebben. Maar dat snappen ze wel direct, hoor. Ze weten vrij snel dat ze het simpel moeten houden en geen scènes moeten kiezen met een helikopter en een parachutist in.”
Nadat er zo een vijftal haalbare scènes naar voren zijn gekomen, stellen de twee docenten hun filmploeg samen. Ze duiden een regisseur aan, een camera-assistent, een geluidsman, en ga zo maar door. Wanneer Hanne plots vraagt wie er graag wil acteren, zie ik hoe de meisjeshanden onmiddellijk de lucht in vliegen en hoe de jongens zich eerder afzijdig aan de kant houden. Uiteindelijk zijn het Luna en Noah (foto) die, na een rondje typecasting, de rollen van Tabby en Eppo op zich mogen nemen. Terwijl de groep aan de slag gaat met het schrijven van de scenario’s en de screenplays, kan ik Luna even strikken voor een interview. Ik vraag haar of ze ‘Rotmoevie’ een goed boek vond. Ze vertelt. “Het is perfect. Toen ik het las, dacht ik al: ‘hier kun je een mooie film van maken’. Voor mij was het ook vanzelfsprekend om mijn hand op te steken toen Hanne vroeg wie er wou acteren, want ik doe dat echt heel graag!” Tijd dus om de eerste scènes in te blikken!

“Bol het af!”
Wanneer we met zijn allen naar buiten stappen, zien we dat het gestopt is met regenen. Hoewel de zon zich nog altijd halsstarrig achter de wolken verschuilt en de ijskoude wind onze handen striemt, is het toch een opsteker voor filmcrew Wispelberg. In de eerste scène moet Noah namelijk een liftende Eppo spelen. Terwijl hij met een kartonnen bordje (‘Paris’) aan de kant van de weg staat en regisseuse Selmanur nog wat aanwijzingen geeft, laat Kenneth zijn camera rollen. Wanneer Noah vervolgens met een zodanige schwung in de wagen van Luna stapt en stoer ‘merci, ‘k moet naar Parijs’ zegt, lijkt het alsof de twee al jaren op een filmset rondlopen. “Je moet gewoon jezelf zijn, echt lastig is dat niet. Ik heb al moeilijkere dingen gedaan”, klinkt het dan ook achteraf bij een zelfverzekerde Noah.
Toch staan niet alle juryleden te springen om voor een camera te staan, vertellen Hanne en Kenneth. “De meeste van die jongeren hebben nog nooit geacteerd dus aanvankelijk moeten ze zeker een drempel overwinnen. Maar vaak zie je er ook openbloeien en daar zit voor ons het grote plezier in het geven van die workshops. Ook de feedback die je achteraf krijgt, als de filmpjes getoond worden op het slotdebat, doet veel deugd. Want je hebt een trailer gemaakt met weinig tot geen middelen en toch vinden zowel de jongeren als de leerkrachten als de auteurs van de boeken het eindresultaat echt zalig.”

Terwijl Luna en Noah zich vervolgens voorbereiden om een ruziescène op te nemen, komt Hanne de twee filmsterren nog even toespreken. “Jullie mogen alles zeggen wat God verboden heeft”, vertelt ze hen. Het zijn woorden die hun doel duidelijk niet missen. “Bol het af, fuck you, ik ben het kotsbeu”, roepen ze naar elkaar. Hier en daar beginnen mensen op straat om te kijken maar daar trekken de twee zich weinig van aan. Wanneer we even later naar de theaterzaal verhuizen om de laatste scène te filmen, vertelt Luna me dat ze morgen misschien wel met een beetje keelpijn zal opstaan maar ook dat ze het nog altijd plezant vindt. “Het zou echt cool zijn dat mensen door onze trailer massaal naar de winkel lopen om boeken te kopen.”
Ook Hannelore, Indri en Hannelore hebben genoten van de workshop vandaag. “We vonden het alleen jammer dat wij niet gekozen werden om actrice te zijn. Maar een film maken is sowieso leuk, zeker met toffe mensen als Hanne en Kenneth. En op die manier missen we ook een beetje school”, lachen ze. Wanneer de opnames even later op hun einde lopen en de juryleden naar huis vertrekken, vraag ik aan Hanne of ze tevreden is. Terwijl ze me voorbij wandelt, glimlacht ze. “Ja hoor!”

Tot rust komen
Twee weken later zie ik de filmploeg van het Atheneum Wispelberg terug in het klaslokaal van Sonia De Vlieger, die er als leerkracht Nederlands de leesgroep uit het eerste middelbaar begeleidt. Net als Annie Lens van WOCK benadrukt De Vlieger dat het leesplezier voorop staat bij de Kleine Cervantes. “Daarom is het zo belangrijk dat de juryleden zich vrijwillig inschrijven voor dit project. Het moet iets vrijblijvend zijn en het mag nooit een verplichting worden”, legt ze uit. Wanneer ze even later de genomineerde boeken op tafel uitspreidt, gaat de groep van start met hun slotdebat. Het is de bedoeling dat de juryleden vandaag drie boeken bespreken. Volgende week, wanneer de overige vier aan bod komen, mogen ze dan hun top drie samenstellen.

Terwijl De Vlieger eerst polst naar wat de groep van de covers vond, blader ik al eens snel door de fiches die de leerlingen moesten invullen over de boeken. Ik pik hier en daar een woordje uit de commentaren mee (‘meeslepend’, ‘emotioneel’, ‘goed geschreven’) en krijg toch de indruk dat de meeste juryleden vrij positief zijn over de gelezen boeken. Het is aan de hand van die fiches dat de jongeren vandaag hun meningen over ‘Rotmoevie’, ‘Kelderkind’ en ‘Malou van de mussen’ naar voren laten komen. Ze spreken onder andere over het gebruik van flashbacks, over de uitdieping van personages en over de mooie beschrijvingen die ze in sommige verhalen hebben gelezen. Het valt mij daarbij trouwens op hoe de meningen verschillen tussen jongens en meisjes. Iets wat mevrouw De Vlieger ook bevestigt. “Soms kan de keuze van een top drie inderdaad beïnvloed worden door het aantal jongens of het aantal meisjes in de groep. Maar ik denk dat het dit jaar vooral tussen ‘Malou van de mussen’, ‘Kelderkind’ of ‘Zwarte zwaan’ zal gaan.”

Dat die drie boeken inderdaad in de smaak vallen, hoor ik achteraf ook, wanneer ik de kans krijg om met enkele juryleden te praten. Omdat de ruit ondertussen openstaat, hoor ik de rest van de schoolkinderen ravotten en roepen op de speelplaats, die in het zonlicht baadt. Ik vraag me plots af of veel leeftijdsgenoten van de juryleden ‘boeken lezen’ niet vreselijk stom vinden, maar dat blijkt heel goed mee te vallen als ik de groep mijn vraag voorleg. “Wij hebben niet echt vrienden die dat stom vinden”, zeggen ze volmondig. Terwijl ik verder luister naar hoe ze vertellen over hun favoriete boeken en schrijvers, merk ik dat dit een groep jongeren is die echt graag leest. Zo vertelt Hannelore me bijvoorbeeld dat ze het lezen nodig heeft in haar leven. “Omdat we met drie kinderen thuis zijn en er overdag dus meestal lawaai is, lees ik mijn boeken altijd ’s avonds voor het slapengaan. Ik vind het leuk om mij te laten meeslepen door een verhaal en zo tot rust te komen. Ik heb dat ook nodig om de stress van de voorbije dag achter mij te laten.”

Op donderdag 24 april wordt het winnende boek aangeduid tijdens een groot slotdebat in de Kopergietery!

Wie samen met andere juryleden wil praten over de genomineerde boeken of leestips uitwisselen, kan altijd terecht op de Facebookpagina van de Kleine Cervantes!

James Huys

Wie is James Huys?

James blogt de bib: de Kleine Cervantes

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s