De beul van Gent


prosper_ClaeysIn 1669 werd Jan Franck aangeworven als beul in Gent. Hij zou deze functie uitoefenen tot 1716. Hij had veel ervaring : ‘van joncx af hebbende gedaen vele executien soo metten sweerde, koorde of andersints’. Hij werd al snel erkend als een bekwaam vakman. Soms deden ook andere steden een beroep op hem. De schepenen in Gent kozen meestal voor de doodstraf of verbanning. Boetes of gevangenisstraf kwamen zelden voor. Maar ook bij verbanning kwam de beul vaak in actie: de veroordeelden werden gebrandmerkt of gegeseld. Dat gebeurde op de Paradeplaetse, de huidige Botermarkt voor het stadhuis. Executies werden vooral op de Vrijdagmarkt en de Korenmarkt uitgevoerd. Het verhaal van de beul is slechts één hoofdstuk uit ‘Pages d’histoire locale gantoise’ (1894) van Prosper Claeys. Claeys vertrekt vanuit de archiefstukken die in Gent bewaard werden. Dit leidt tot een nuchtere benadering van vreselijke praktijken. Zo overloopt hij een lijst met de kostprijs van martelingen. Hij raakt de lezer op deze manier meer dan door een schreeuwerig verhaal.
Dezelfde werkwijze past hij toe op meer vrolijke onderwerpen, bv op het carnaval. In de 14de eeuw duurden de feesten vaak weken aan een stuk. Iedereen nam er aan deel. Ook de geestelijken. Zij kozen een ‘Eselpaus’ en trokken in stoet door de stad. Zij vroegen eten en drinken in particuliere woningen. Als dat niet goedschiks kon, dan maar kwaadschiks. In het Memorieboek van Gent leest Claeys dat de carnavalvierders: ’een huis moesten beclemmen met grooten aerbeyt’. De inwoners van het huis lieten zich niet doen en smeten ‘groote vulichede’ naar hun hoofd.
Sommige carnavalgewoontes zijn al eeuwenoud. Bijvoorbeeld dat mannen zich als vrouwen verkleden. In de 18de eeuw werd dat af en toe verboden. Mannen mochten niet meer als ‘slonse’ gekleed gaan.
Om door te gaan over vermakelijkheden: alle redenen waren volgens Claeys goed om in Gent feesten en stoeten te organiseren. Een essentieel element van veel ‘vieringen’ waren verlichtingen van gebouwen. ‘Het stadhuis en het belfort maar ook huysen werden verlicht met fackels, flambeeuwen, tortsen, keirsen, lampen en lanteirnen.’ De straten werden verlicht met peck-tonnen en vet-pannen die in brand werden gestoken.
De ‘Pages d’histoire locale gantoise’ geven een verrassend beeld van het dagelijks leven van onze voorouders. Het boek is in het Frans geschreven, de taal van de bourgeoisie in het Gent van de 19de eeuw maar de geciteerde archiefteksten zijn oorspronkelijk, en dus Oud-Vlaams.

Kristine De Messemaeker, Collectie Gent, 3de verdieping Bib Zuid

N.B. Het beeld van Prosper Claeys naast dit artikel is afkomstig van het Archief OCMW Gent

De beul van Gent

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s