GELEZEN: Europa’s India van Peter Rietbergen


europa's indiaHet 24ste Europalia-festival gaat morgen van start en deze keer zal India centraal staan. Mogelijk zullen in de media weer oude stereotypen over India opduiken, zoals pakweg het “India, bron van wijsheid en spiritualiteit”–cliché. Dergelijke stereotype beelden wortelen reeds in een ver verleden. Dit wordt duidelijk als je “Europa’s India” van cultuurhistoricus Peter Rietbergen leest.  Rietbergen schetst nl. de fascinatie die een deel van de Europese intellectuele elite  tussen 1750 en nu voor India had. Hij doet dit aan de hand van de publicaties over India en het Verre Oosten van een aantal westerse culturele boegbeelden (bv. NovalisHerman HesseWalt WhitmanSlauerhoffRoberto RosseliniLouis Malle…), intellectuelen van de tweede rij (Jacques-Henri Bernardin de Saint-Pierre),  maar ook teksten van vergeten reizigers  en onbekende wetenschappers (Angelo de Gubernatis, pater Paolino a Sancto Bartholomaeo…) die bij de modale lezer geen belletje meer doen rinkelen. De hoofdstukken over deze auteurs zijn afzonderlijk van mekaar te lezen,  maar uiteraard meent Rietbergen wel een paar gemeenschappelijke leidraden in hun teksten te kunnen onderscheiden. Veel van de besproken auteurs hebben nooit zelf een voet  op de Indische bodem gezet, maar vormden hun beeld over het land en schreven hun publicaties over India uitsluitend op basis van andere teksten. En dit gold volgens Rietbergen voor honderden Europese auteurs die zich in hun geschriften “betoverd toonden door de beelden die alleen de naam India al opriep”.
In hun vaak door romantische ideeën gevoede verbeelding waren volgens hem de voorbije eeuwen  vele intellectuele en culturele coryfeeën op zoek naar de “wortels van de beschaving”, naar een andere wereld,  een nog niet onttoverde samenleving, één die nog niet geïndustrialiseerd en geseculariseerd was.  Ze projecteerden deze beelden op het land: “India was voor hen soms een spiegel, soms een venster”.  Zeker vanaf de definitieve ontcijfering van het Sanskriet, het Oudindisch, in de laatste decennia van de achttiende eeuw en het besef groeide dat die taal veel verwantschap vertoonde met de Europese talen.

Rietbergen tracht niet alleen algemene conclusies te halen uit een aantal historische casestudies die de publicaties van intellectuelen over India als onderwerp hebben.  Hij ambieert in de eerste hoofdstukken van Europa’s India, een  boek dat niet voor niets als ondertitel “fascinatie en cultureel imperialisme” meekreeg, nog veel meer.  Zijn studie is immers ook een prachtige nuancering van en zelfs een correctie op Edwards Saids klassieker “Orientalism”. Deze spraakmakende, maar niet onomstreden gebleven Palestijns-Amerikaanse auteur schreef met dat werk  een belangrijke mijlpaal in de studie van het beeld dat het Westen over de Oriënt had. Orientalism is dan ook een veelgelezen standaardwerk voor studenten antropologie van de laatste 20 jaar. Het staat overigens eveneens op de lijst van de 10 persoonlijke favoriete boeken van de Gentse antropoloog Rik Pinxten, die hij voor de bibliotheek maakte.

Nu, Rietbergen laat in “Europa’s India”,  geen kans voorbij gaan om kritiek uit te oefenen op  de opvattingen van Edward Said (1935 -2003) en te polemiseren met zijn epigonen, de “Saidanen”, die volgens hem de laatste decennia het cultuur-antropologische discours aan de universiteiten domineren, en de leerstoelen onder mekaar verdelen.
Orientalisten
Volgens Rietbergen is hun op Marx en Michel Foucault  gebaseerde benadering en hun “discoursanalyse” véél te eenzijdig-reductionistisch. De westerse verbeelding van de Arabische en Aziatische wereld wordt door hen louter voorgesteld als een imperialistisch-instrumentaal discours van intellectuelen in dienst van koloniale grootmachten. De auteur ontkent natuurlijk niet dat dit in heel wat gevallen een zeer belangrijke rol speelde. Hij  brandt Saids werk ook niet zomaar af en lijkt soms zelfs meer geïnspireerd door Said dan hij zelf wil toegeven, maar hij toont wel overtuigend aan dat er ook tal van voorbeelden zijn waarin héél andere motieven op de voorgrond traden.
Maar zoals Said vooral voorbeelden uitpikte die in zijn theorie  pasten focust Rietbergen heel het boek lang ook juist op intellectuelen die in een romantische traditie te situeren zijn en zijn stellingen ondersteunen. De auteur kent tevens zijn cultuurrelativistische mantra’s en is ook heel schatplichtig aan een dergelijke cultuurrelativistische benadering. Said krijgt dan ook een veeg uit de pan met de opmerking dat hij vergat dat zijn eigen benadering en denken paradoxaal genoeg zelf ook een exponent is van een typisch westers-intellectuele traditie.

Hoe dan ook, Rietbergens boeiende, doordachte en inspirerende Europa’s India schaft dubbel leesplezier, want men  kan het lezen vanuit 2 sterk verschillende invalshoeken: enerzijds als een geschiedenis van de westerse beeldvorming over India  én anderzijds als een kritische commentaar op de klassieker “Orientalism” van Edward Said.

Als je ook eens wil zien met welke blik Westerse kunstenaars eeuwenlang naar India keken, kan je vanaf 16/10 tot 26/01/2014 in Bozar terecht voor de tentoonstelling Indomania, uiteraard ook in het kader van het Europalia-festival.

Wouter De Raes, collectie geschiedenis

GELEZEN: Europa’s India van Peter Rietbergen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s